SoR Magazine #4 · The Troubles · verhaal 2 van 5
Punk in Belfast
Een platenwinkel op Great Victoria Street, een band uit Derry die over verliefdheid zong en een band die over verdachte pakketjes zong. Hoe punk de provincie op de kaart zette.
← Vorig verhaal: De straat op
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingEen stad die 's avonds dichtging
Op 31 juli 1975, om half drie 's nachts, stopte een minibus met de leden van de Miami Showband bij een valse controlepost aan de A1 in County Down. De band uit Dublin was een van de populairste showbands van Ierland, met fans aan beide kanten van de grens. Mannen in uniformen van het Britse leger beval de muzikanten uit te stappen. Ze waren in werkelijkheid leden van de Ulster Volunteer Force, een loyalistische paramilitaire groep, en minstens vier van hen waren soldaten van het Ulster Defence Regiment. Een bom die ze in de bus wilden verstoppen, ontplofte te vroeg en doodde twee van hen. De overige mannen schoten op de muzikanten. Fran O'Toole, Tony Geraghty en Brian McCoy kwamen om. Stephen Travers raakte zwaargewond, Des McAlea kwam ongedeerd weg.
De showbands waren het uitgaansleven van heel Ierland geweest. Na zo'n aanslag was optreden in het noorden voor veel bands riskant. In Belfast zelf was het centrum afgezet met hekken en controleposten, en wie het centrum in wilde, werd gefouilleerd. Veel bands sloegen de stad over. Voor jongeren die muziek wilden maken of horen, bleef niet veel over.
Een winkel op Great Victoria Street
Dat veranderde met punk. De Ramones en de Sex Pistols bewezen in 1976 en 1977 dat je geen virtuoos hoefde te zijn om een band te beginnen. In Belfast waren ze er snel bij. Een jonge garagegroep die Highway Star heette en klassieke rock speelde, werd Stiff Little Fingers, de naam ontleend aan een nummer van The Vibrators. Gitarist Henry Cluney had de rest aan punk geholpen. De band uit Belfast schreef al snel zelf, met zanger en gitarist Jake Burns, bassist Ali McMordie, drummer Brian Faloon en tekstschrijver Gordon Ogilvie, die hen aanraadde te schrijven over wat ze om zich heen zagen.
De man die dat mogelijk maakte, was Terri Hooley. Hij had een kleine platenwinkel op Great Victoria Street, Good Vibrations. Op 12 januari 1978 zag hij Rudi en The Outcasts spelen in de Pound, een club in Belfast. Hij besloot een plaat van Rudi uit te brengen. Big Time was de eerste uitgave van zijn nieuwe label, in april 1978, in een oplage van drieduizend exemplaren. Het label bracht daarna ook platen uit van onder meer The Outcasts, Protex, Victim en Ruefrex. In 1982 ging het failliet. Hooley's leven werd later verfilmd als Good Vibrations.
Foto: Conall · CC BY 4.0Verdacht voorwerp
Stiff Little Fingers bracht in februari 1978 op het eigen label Rigid Digits de single Suspect Device uit. De titel is jargon van politie en leger voor een mogelijke bom. Rough Trade, het Londense label, zag de plaat en bracht hem een maand later opnieuw uit. De single verkocht meer dan dertigduizend exemplaren. In oktober 1978 volgde Alternative Ulster, op Rough Trade, in eerste instantie bedoeld als cadeau bij een fanzine met dezelfde naam. De titel speelt met het idee van een alternatief voor het Ulster van de krantenkoppen.

Suspect Device, het nummer dat de band beroemd maakte. Luister hoe snel en hoekig de gitaar speelt.

Alternative Ulster, het tweede grote nummer van de plaat. Luister naar het refrein, dat je meteen kunt meezingen.
Hun debuutalbum Inflammable Material verscheen in 1979 bij Rough Trade, nadat een deal met Island Records was mislukt. Het bereikte nummer 14 in de Britse albumlijst en wordt vaak beschreven als het eerste onafhankelijke album in de top twintig van Groot-Brittannië. Jake Burns zei later dat veel nummers gewoon over ontevreden tieners gingen die zich tegen alles afzetten.
Foto: Shirley Sexton · CC BY 2.0Een liefdeslied uit Derry
Ook uit Derry kwam een punkband, maar de nummers klonken anders. The Undertones schreven op hun eerste platen over verliefdheid, niet over de straat waarin ze opgroeiden. Teenage Kicks werd in de zomer van 1977 geschreven door gitarist John O'Neill en op 15 juni 1978 opgenomen in Wizard Studios in Belfast. Het kwam in september 1978 uit op Good Vibrations. Hooley zou voor de rechten volgens de overlevering vijfhonderd pond en een paar platen hebben gevraagd.
John Peel, de dj van BBC Radio 1, hoorde de single en draaide hem op 25 september 1978, volgens de bekende lezing twee keer achter elkaar. Sommige historici denken dat het één keer was. Zeker is dat hij het zijn favoriete plaat ooit noemde. Sire Records bood de band een contract aan, bracht Teenage Kicks op 14 oktober 1978 opnieuw uit en bereikte nummer 31 in de Britse lijst. In februari 2008 kwam op Peels graf in Great Finborough een steen met regels uit het lied te staan.
Dat Stiff Little Fingers de Troubles in hun teksten zette en The Undertones niet, laat zien hoe verschillend bands konden zijn die in dezelfde jaren en in dezelfde provincie begonnen. Beide zijn in 1978 en 1979 in de Britse lijsten te horen.
Foto: Jay Gooby · CC BY 2.0

