SoR Magazine #4 · The Troubles · verhaal 1 van 5

De straat op

Van een mars in Derry in 1968 tot Bloody Sunday in 1972: hoe een protest tegen achterstelling een conflict werd, en hoe popmuzikanten in Londen, New York en Dublin reageerden.

Foto: Gus Owen · CC BY-SA 4.0

Twee gemeenschappen, één provincie

In 1921 werd Ierland in tweeën gedeeld. Zes noordelijke graafschappen bleven bij het Verenigd Koninkrijk en vormden samen Noord-Ierland. Daar woonden twee groepen naast elkaar die elkaar niet vertrouwden. Ongeveer twee derde was protestant en unionist: zij wilden bij het Verenigd Koninkrijk blijven en vreesden een verenigd Ierland, waarin ze in de minderheid zouden raken. Ongeveer een derde was katholiek en nationalist: zij wilden uiteindelijk een Ierse eenheid en klaagden over achterstelling bij het toewijzen van huizen en banen en bij de indeling van kiesdistricten.

Die klachten waren in de jaren zestig het sterkst in Derry, een stad met een katholieke meerderheid die toch door unionisten werd bestuurd. In 1967 ontstond de Northern Ireland Civil Rights Association, kortweg NICRA. De vereniging eiste gelijke rechten, geen Ierse eenheid: één persoon, één stem, eerlijke woningtoewijzing, afschaffing van de B-Specials, een reservepolitiemacht die katholieken wantrouwden.

Van mars tot oproer

Op 5 oktober 1968 liep een mars van NICRA door Derry. De politie, de Royal Ulster Constabulary, verbood de route en sloeg de optocht uiteen met wapenstokken. Er stonden televisieploegen bij, en de beelden gingen de wereld over. Veel historici kiezen die dag als begin van de Troubles, al verschillen de meningen daarover: sommigen beginnen bij de oprichting van de nieuwe Ulster Volunteer Force in 1966, anderen bij de rellen van augustus 1969.

In augustus 1969 liep het uit de hand. In Derry duurde de Slag om de Bogside, drie dagen van straatgevechten tussen de bewoners van de katholieke wijk en de politie, en in Belfast volgden rellen en brandstichting. Op 14 augustus stuurde Londen het leger. Veel katholieken zagen de soldaten eerst als bescherming. Het werd de langste operatie in de geschiedenis van het Britse leger. Aan de zijmuur van een huis in de Bogside stond al sinds begin 1969 de tekst You Are Now Entering Free Derry. Wie de wijk binnenging, kwam in een gebied dat de politie meed.

Free Derry Corner in de Bogside, met de beroemde tekst op de zijmuur van een huis.Foto: Gus Owen · CC BY-SA 4.0
Free Derry Corner in de Bogside, met de beroemde tekst op de zijmuur van een huis.

Op 9 augustus 1971 voerde de regering van Noord-Ierland internering in: mensen konden zonder rechter worden opgepakt en vastgehouden. De eerste golf trof vrijwel alleen katholieken en nationalisten. Het verzet nam daardoor toe, en het geweld ook. In 1972 kwamen bijna vijfhonderd mensen om, het dodelijkste jaar van de Troubles.

30 januari 1972

Op zondag 30 januari 1972 hield NICRA in Derry opnieuw een mars, dit keer tegen de internering. Het is moeilijk te zeggen hoeveel mensen er liepen; schattingen lopen uiteen van enkele duizenden tot vijftienduizend. De route naar het centrum was afgesloten, en de mars boog af naar de Bogside. Daarna schoten soldaten van het eerste bataljon van de Parachute Regiment in de wijk. Zesentwintig mensen werden geraakt. Dertien van hen overleden die dag, een veertiende stierf vier maanden later aan zijn verwondingen. De jongsten waren zeventien. Volgens het latere onderzoek vormde niemand van hen een bedreiging.

Muurschildering over Bloody Sunday in de Bogside.Foto: Suzanne Mischyshyn · CC BY-SA 2.0
Muurschildering over Bloody Sunday in de Bogside.

Het eerste officiële onderzoek, het rapport van lord Widgery uit april 1972, nam grotendeels de lezing van de soldaten over. In de Bogside gold het als een doofpot. In 1998 begon een nieuw onderzoek onder lord Saville. Het rapport verscheen in juni 2010 en was duidelijk: niemand van de beschoten mensen vormde een bedreiging, en soldaten hadden onjuiste verklaringen afgelegd. Premier David Cameron bood daarna namens de Britse regering zijn verontschuldigingen aan.

Niet gerechtvaardigd en niet te rechtvaardigen.Saville-onderzoek over de schoten op Bloody Sunday, 2010 (vrij vertaald)

Twee singles binnen een halfjaar

Paul McCartney reageerde als eerste. Hij schreef met zijn vrouw Linda een lied dat nog geen drie weken na Bloody Sunday in de winkel lag. Give Ireland Back to the Irish was de eerste single van Wings, opgenomen op 1 februari 1972 en uitgebracht op 18 februari. De BBC weigerde het te draaien, Radio Luxembourg en de Independent Television Authority volgden, en alleen een paar dj's, onder wie John Peel, verdedigden het recht om het uit te brengen. McCartney zette een instrumentale versie op de b-kant. Dj's die de tekst niet wilden draaien, moesten zo toch de titel noemen. Het lied bereikte nummer 16 in Groot-Brittannië en stond in maart 1972 een week bovenaan in Ierland.

WingsGive Ireland Back to the Irish · 1972

Give Ireland Back to the Irish, de single die de BBC niet draaide. Luister naar hoe rechtstreeks de melodie is: het lied is bedoeld om te worden meegezongen.

John Lennon, die in New York woonde, schreef zijn eigen Sunday Bloody Sunday. Het stond op het dubbelalbum Some Time in New York City, dat in juni 1972 in de Verenigde Staten verscheen, begeleid door Elephant's Memory en geproduceerd met Phil Spector. De recensies waren verdeeld: de woede werd geprezen, de tekst vond men op andere plekken eenzijdig en overdreven. Lennon schonk de royalty's aan de burgerrechtenbeweging in Noord-Ierland.

John Lennon in 1969, drie jaar voor Some Time in New York City.Foto: Eric Koch for Anefo · CC0
John Lennon in 1969, drie jaar voor Some Time in New York City.
John Lennon & Yoko OnoSunday Bloody Sunday · 1972

Sunday Bloody Sunday van Lennon, een rauw lied met een saxofoon van Stan Bronstein. Het heeft dezelfde titel als het lied van U2, maar het is er een ander lied.

Het stadje van Phil Coulter

Een ander soort lied kwam uit Derry zelf. Phil Coulter, geboren in de stad, schreef The Town I Loved So Well over zijn jeugd. De eerste drie coupletten gaan over een kleine stad waar iedereen elkaar kende. De laatste twee gaan over wat ervan terechtkwam: een stad vol soldaten en prikkeldraad, waar de jeugd werd getroffen door geweld. Het slot spreekt de hoop op vrede uit. The Dubliners namen het in 1973 op voor het album Plain and Simple, dat Coulter zelf produceerde, met Luke Kelly als zanger. Het lied is er nog steeds mee verbonden. Op de uitvaart van John Hume, in 2020, klonk een instrumentale versie.

The DublinersThe Town I Loved So Well · 1973

The Town I Loved So Well, gezongen door Luke Kelly. Luister hoe warm de eerste coupletten klinken, en hoe anders de laatste twee.

Noord-Ierland bleef daarna decennia een thema in de popmuziek. De volgende verhalen gaan over punkers in Belfast, gevangenen in de Maze, een zanger uit Strabane, een zangeres uit Limerick en een band uit Dublin.

Foto: Gus Owen · CC BY-SA 4.0
Foto: Suzanne Mischyshyn · CC BY-SA 2.0
Foto: Eric Koch for Anefo · CC0

Lees verder · verhaal 2

Punk in Belfast

← The Troubles: alle verhalen