Alle sessies
Begrippen
Alle begrippen uit After Hours op één plek. Typ om te zoeken; de link brengt je naar het hoofdstuk.
- AACM
- Vereniging van musici uit Chicago (1965) die zelf concerten, les en nieuwe muziek organiseerde.
Sessie 3
- Acid jazz
- Londense stroming rond 1990 die soul jazz en funk met clubcultuur verbond.
Sessie 4
- Afrofuturisme
- Verbinding van toekomst, ruimtevaart en Afrikaanse geschiedenis, zoals bij Sun Ra.
Sessie 3
- Akkoordenschema
- Vaste reeks akkoorden onder een stuk, waarover in de bebop werd geïmproviseerd.
Sessie 3
- Bebop
- Moderne jazz uit de jaren veertig: snelle tempo's, rijke akkoorden, kleine combo's.
Sessie 2
- Blue notes
- Iets verlaagde tonen, vooral de terts en septiem, tussen majeur en mineur in.
Sessie 1
- Brassband
- Fanfare uit New Orleans die speelt bij optochten, feesten en begrafenissen.
Sessie 1
- Break
- Korte stilte van de band die door één instrument wordt opgevuld.
Sessie 1
- Call-and-response
- Vraag en antwoord tussen een voorzanger of solist en een groep.
Sessie 1
- Canon
- Vaste reeks meesterwerken en grote namen die als kern van een kunstvorm gelden.
Sessie 4
- Catacombe-periode
- De jaren van 1949 tot halverwege de jaren vijftig, toen jazz in Polen alleen in het geheim kon klinken.
Sessie 3
- Chorus
- Eén keer de volledige vorm van een stuk, de eenheid waarin een solo wordt geteld.
Sessie 2
- Cluster
- Tros van naast elkaar liggende tonen die tegelijk worden aangeslagen.
Sessie 3
- Collectieve improvisatie
- Kornet, klarinet en trombone improviseren tegelijk, elk met een eigen rol.
Sessie 1
- Collectieve improvisatie
- Alle musici improviseren tegelijk in plaats van om de beurt.
Sessie 3
- Coltrane changes
- Akkoordenschema dat snel wisselt tussen toonsoorten die een grote terts uit elkaar liggen.
Sessie 2
- Cubop
- Mengvorm van bebop en Afro-Cubaanse muziek in het New York van de jaren veertig.
Sessie 2
- Cutting session
- Jamsessie als wedstrijd, waarin solisten elkaar proberen te overtreffen.
Sessie 2
- Dilla-feel
- Wiegend, net naast de tel geplaatst ritme, naar de beats van producer J Dilla.
Sessie 4
- Drone
- Toon die een heel stuk door blijft klinken, zoals die van de Indiase tanpura.
Sessie 3
- Dub
- Jamaicaanse studiotechniek met wegvallende instrumenten en veel echo.
Sessie 4
- Ethio-jazz
- Mulatu Astatkes mengeling van jazz, latin en funk met Ethiopische toonladders.
Sessie 3
- Free jazz
- Jazz waarin vaste afspraken over akkoorden, vorm, maat en tempo worden losgelaten.
Sessie 3
- Fusion
- Samensmelting van jazz met rock en funk, met elektrische instrumenten.
Sessie 3
- Gitaarsynthesizer
- Gitaar die een synthesizer aanstuurt, zodat de gitarist andere klanken kan spelen.
Sessie 4
- Growl
- Rauwe, grommende toon op trompet of trombone, vaak met een plunjerdemper.
Sessie 1
- Guajeo
- Herhaald ritmisch figuur van piano of blazers in Cubaanse muziek, passend op de clave.
Sessie 2
- Gypsy jazz
- Swing in de traditie van Django Reinhardt, met solo- en ritmegitaar en contrabas.
Sessie 4
- Hard bop
- Bop met meer blues, gospel en rhythm-and-blues, vanaf het midden van de jaren vijftig.
Sessie 2
- Harmolodics
- Ornette Colemans opvatting waarin harmonie, melodie en beweging even belangrijk zijn.
Sessie 3
- Head arrangement
- Arrangement dat musici onderling afspreken en uit het hoofd spelen.
Sessie 1
- Instant composing
- Mengelbergs idee van improvisatie als componeren op het moment zelf.
Sessie 3
- Jamsessie
- Onvoorbereid samenspel van musici, vaak na sluitingstijd in een club.
Sessie 2
- Jazz kissa
- Japans café waar je komt om, vaak in stilte, naar jazzplaten te luisteren.
Sessie 3
- Jazzfunk
- Jazz op een doorlopende funkgroove, met synthesizers en elektrische piano.
Sessie 3
- Jazzrap
- Hiphop gebouwd op jazzsamples of met jazzmusici, zoals A Tribe Called Quest en Guru.
Sessie 4
- La pompe
- Korte, stevige akkoordslagen op alle vier de tellen in de gypsy jazz.
Sessie 1
- Lofi hiphop
- Trage, jazzy beats met plaatgeruis, bedoeld als achtergrond om bij te studeren.
Sessie 4
- Loop
- Kort stuk muziek dat zonder einde wordt herhaald, de basis van veel hiphop en nu jazz.
Sessie 4
- M-Base
- Kring van musici rond Steve Coleman in Brooklyn die nieuwe ritmische structuren zocht.
Sessie 4
- Marabi
- Muziek uit de townships van Johannesburg op een korte, herhaalde akkoordenreeks.
Sessie 3
- Modus
- Toonladder met een eigen kleur, zoals de dorische, als basis voor improvisatie.
Sessie 2
- Neotraditionalisme
- Terugkeer naar de akoestische jazz van swing, blues en bebop, als reactie op fusion en free jazz.
Sessie 4
- Nonet
- Groep van negen musici, zoals de band van Miles Davis voor Birth of the Cool.
Sessie 2
- Nu jazz
- Mengvorm van jazz en elektronische dansmuziek, met samples, beats en live instrumenten.
Sessie 4
- Ostinato
- Kort motief dat steeds wordt herhaald, zoals de baslijn van A Love Supreme.
Sessie 3
- Ostinato
- Kort muzikaal patroon dat steeds wordt herhaald, vaak als basis van een stuk.
Sessie 4
- Postproductie
- Het achteraf knippen en bewerken van opnamen, zoals bij In a Silent Way.
Sessie 3
- Radioformat
- Vaste soort muziek die een zender voor een vast publiek draait, zoals quiet storm of smooth jazz.
Sessie 4
- Ragtime
- Uitgeschreven pianomuziek met een gesyncopeerde melodie boven een regelmatige linkerhand.
Sessie 1
- Rare groove
- Zeldzame funk- en soulplaten uit de jaren zeventig, opnieuw gedraaid in Londense clubs.
Sessie 4
- Riff
- Kort, herhaald ritmisch motief, als thema of achter een solist.
Sessie 1
- Riff
- Kort, herhaald melodisch figuur dat een blazersgroep achter een solist speelt.
Sessie 2
- Sampler
- Apparaat dat een stukje geluid opneemt en in elk ritme en op elke toonhoogte kan afspelen.
Sessie 4
- Scat
- Zingen op klanken zonder betekenis, als een blaasinstrument.
Sessie 1
- Scat
- Vocale improvisatie met lettergrepen zonder betekenis, zoals een blazer zou spelen.
Sessie 2
- Scratchen
- Een plaat met de hand heen en weer bewegen onder de naald, een techniek uit de hiphop.
Sessie 3
- Second line
- De dansende menigte die achter een brassband aan loopt.
Sessie 1
- Sectie
- Groep gelijke instrumenten in een bigband: trompetten, trombones, saxofoons of ritme.
Sessie 1
- Shell voicing
- Uitgedund akkoord van twee of drie tonen, meestal grondtoon met terts of septiem.
Sessie 2
- Spiritual jazz
- Jazz gericht op geloof en meditatie, met lange modale stukken en instrumenten uit Afrika en Azië.
Sessie 3
- Stride
- Harlemse pianostijl waarin de linkerhand springt tussen basnoot en akkoord.
Sessie 1
- Swing
- Ritmisch gevoel van voortdurende beweging, met ongelijk verdeelde achtsten; ook de naam van de bigbandperiode 1935-1945.
Sessie 1
- Syncope
- Accent dat tussen de tellen valt in plaats van erop.
Sessie 1
- Thematische improvisatie
- Improviseren door een motief uit het thema steeds te veranderen en uit te werken.
Sessie 2
- Third stream
- Schullers term (1957) voor muziek die jazz en Europese concertmuziek verbindt.
Sessie 2
- Tsuzumi
- Japanse handtrom uit het nō-theater, te horen in Kogun van Toshiko Akiyoshi.
Sessie 3
- Twaalfmatenblues
- Bluesvorm van twaalf maten op drie akkoorden, vaak met een tekst in AAB-vorm.
Sessie 1
- Unisono
- Twee of meer instrumenten spelen precies dezelfde melodie tegelijk.
Sessie 2
- Vocoder
- Apparaat dat een stem laat klinken als een synthesizer.
Sessie 4
- Vraag en antwoord
- Een frase van de ene stem wordt beantwoord door een andere, zoals in de kerk.
Sessie 2
- Vrije improvisatie
- Samen improviseren zonder vooraf afgesproken thema, akkoorden of tempo.
Sessie 2
- Vrije improvisatie
- Improvisatie zonder thema of stijl, zoals in de Europese improvisatie vanaf eind jaren zestig.
Sessie 3
- Young Lions
- Jonge musici die in de jaren tachtig in pak akoestische jazz speelden, rond Wynton Marsalis.
Sessie 4