SoR Magazine #3 · De platenhoes als kunst · verhaal 5 van 6
Knippen, plakken en schandaal
Van uitgeknipte krantenletters tot een diskette die geld kostte: de hoes als ruzie, als grap en als punkmiddel. En de hoezen die verboden, afgeplakt of aangeklaagd werden.
← Vorig verhaal: De man die muzikanten ziet
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingEen hoes die je niet mocht laten zien
Op 28 oktober 1977 verscheen Never Mind the Bollocks, Here's the Sex Pistols. De hoes was een schreeuw in fluorkleuren, geel en roze, met een titel in letters die uit een krant leken geknipt. Er stond geen foto van de band op. Wie de plaat in een etalage zag liggen, las vooral een mededeling die hij niet kon negeren.
Het ontwerp kwam van Jamie Reid, een Londense kunstenaar die al jaren politieke pamfletten maakte. Voor zijn blad Suburban Press had hij een stijl bedacht met letters uit koppen in kranten, uitgeknipt en opnieuw opgeplakt, zoals in een afpersingsbrief. Het was goedkoop en het zag eruit alsof iemand boos was. Voor de Sex Pistols werd het een handelsmerk. Ook de hoes van de single God Save the Queen, een portret van de koningin met een veiligheidsspeld, is van zijn hand.
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingHet woord bollocks, een grof woord voor testikels, was het probleem. Veel winkels weigerden de plaat, en sommige hitlijsten lieten bij de titel een lege plek. Londense winkels van Virgin kregen van de politie te horen dat het tonen van de hoes tot vervolging kon leiden. In Nottingham gebeurde het echt: de manager van de plaatselijke Virgin-winkel werd aangeklaagd wegens een onfatsoenlijke aanplakking. Richard Branson, de baas van Virgin, betaalde de verdediging en haalde de schrijver en advocaat John Mortimer erbij.
Op 24 november 1977 diende de zaak. Mortimer wees erop dat kranten de titel gewoon hadden afgedrukt zonder dat iemand werd vervolgd. Als getuige trad professor James Kinsley van de universiteit van Nottingham op. Het woord was volgens hem eeuwenoud en betekende ooit priester, en in deze titel zoiets als onzin. De rechters spraken de manager vrij op alle vier de punten, al lieten ze weten weinig op te hebben met de handel in wat zij de laagste driften noemden. De plaat kwam in Engeland op nummer één.
Foto: Riksarkivet (National Archives of Norway) from Oslo, Norway · No restrictionsDe man die zijn werk liet praten
Terwijl Reid de woede van punk vormgaf, werkte een andere ontwerper aan iets slimmers. Colin Fulcher noemde zich Barney Bubbles en leefde van 1942 tot 1983. In de vroege jaren zeventig maakte hij voor Hawkwind hoezen vol kosmische beelden, waaronder In Search of Space, Doremi Fasol Latido en Space Ritual. In 1977 werd hij ontwerper en artdirector bij Stiff Records, het onafhankelijke label van Jake Riviera.
Bubbles mengde popart met Russische posters uit de jaren twintig, en soms leek een drukfout een bedoelde grap. Voor Elvis Costello maakte hij de hoezen van My Aim Is True, This Year's Model en Armed Forces. Op This Year's Model is de foto bewust scheef afgesneden. Voor Ian Dury ging hij nog verder. Het album Do It Yourself kwam uit in minstens dertig verschillende hoezen, allemaal gemaakt van oude behangmonsters.
Foto: Unknown authorUnknown author · Public domainEen schilderij van bloemen en een diskette
In Manchester werkte het anders. Peter Saville, geboren in 1955, studeerde grafisch ontwerp en richtte in 1978 samen met Tony Wilson en Alan Erasmus het label Factory Records op. Hij ontwierp de hoezen van Joy Division en later van New Order, in een koele, bijna zakelijke stijl.
Voor Power, Corruption & Lies uit 1983 pakte Saville in de National Gallery in Londen een ansichtkaart van A Basket of Roses van de Franse schilder Henri Fantin-Latour. Eigenlijk zocht hij een renaissanceportret van een duistere prins, passend bij de titel, maar hij vond er geen. De bloemen werden beter dan de prins. Ze zijn mooi, zei hij, en zo sluipen macht en leugens ons leven binnen. De naam van de band en de titel staan niet op de Britse hoes. Een kleurcode op de achterkant verklapt ze.
Foto: Andrea · CC BY 2.0Twee maanden eerder, in maart 1983, was Blue Monday uitgekomen. Saville en Brett Wickens maakten er een hoes voor die was uitgestanst als een diskette van vijfenhalve inch, met een zilveren binnenhoes en weer een kleurcode in plaats van tekst. Die hoes was duur. Tony Wilson vertelde later dat Factory per exemplaar vijf pence verloor, een bedrag dat Peter Hook op tien pence stelde. Saville zelf zegt dat niemand bij Factory ooit over de kosten klaagde en dat Wilson de legende graag mooier maakte. Hoe het ook zij: de single werd de bestverkochte twaalfinch ooit genoemd.
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de bespreking
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingNaakt, verboden en verantwoord
Soms ontstond het schandaal zonder opzet. Op de Britse uitgave van Electric Ladyland van Jimi Hendrix, in oktober 1968, stonden negentien naakte vrouwen, gefotografeerd door David Montgomery. Verscheidene winkels noemden het porno. Sommige verkochten de plaat in bruin papier of met de hoes binnenstebuiten. Hendrix had iets anders gewild: een foto van Linda Eastman, later Linda McCartney, met de band en een groep kinderen op het Alice in Wonderland-beeld in Central Park. De Amerikaanse uitgever koos voor een wazige foto van Hendrix zelf, in rood en geel.
Bij Virgin Killer van de Scorpions uit 1976 ging het verder. Op de voorkant liet de Duitse platenmaatschappij RCA een naakt meisje van tien zien, haar lichaam bedekt met een scherf-effect van gebroken glas. In veel landen kwam er een andere hoes met de bandleden, of de plaat ging in zwart plastic de winkel in. In december 2008 blokkeerde de Britse Internet Watch Foundation het Wikipedia-artikel over de plaat, omdat het beeld mogelijk strafbaar was. Na een paar dagen werd dat teruggedraaid, mede door de ophef. Bandleden zeiden later zelf dat ze zoiets niet meer zouden doen. Die hoes staat hier daarom niet.
Ook de beroemdste babyfoto uit de popgeschiedenis bleef niet zonder gevolgen. Op Nevermind van Nirvana (24 september 1991) zwemt een baby van vier maanden naar een dollarbiljet aan een vishaak. Kurt Cobain bedacht het na een programma over waterbevallingen en Kirk Weddle fotografeerde de baby, Spencer Elden, in een zwembad. De platenmaatschappij wilde de blote baby eerst verbergen. Cobain stelde schertsend een sticker voor.
In augustus 2021 klaagde Elden, inmiddels volwassen, de band en anderen aan: de foto was gebruikt zonder zijn toestemming. De rechter wees de zaak in 2022 af omdat hij te laat was ingediend. Het hof van beroep liet hem in december 2023 toch doorgaan, omdat de heruitgave van 2021 als nieuw gebruik kon gelden. In de herfst van 2025 wees de rechtbank de zaak opnieuw af, met het oordeel dat de foto geen kinderpornografie is. Volgens de laatste berichten ging Elden opnieuw in hoger beroep.

Smells Like Teen Spirit, het lied dat Nevermind groot maakte. Dankzij dit nummer kende bijna iedereen de hoes.
Die hoezen laten zien hoe dun de lijn is. Reid, Bubbles en Saville gebruikten de hoes om te laten schrikken of kijken. Soms had de wereld gelijk dat ze schrok.



