Een gat in bruin papier
Stel je een platenwinkel voor in New York, ergens eind jaren dertig. Achter de toonbank staan rijen zware schijven van schellak. Je wijst er een aan, de verkoper trekt hem uit het rek en schuift hem in een hoes van bruin papier. In het midden zit een rond gat, zodat je het etiket kunt lezen. Dat is alles. Een plaat van Beethoven ziet er precies zo uit als een plaat van een dansorkest.
Zo werden grammofoonplaten in die tijd verkocht, in bruin, beige of groen papier. Er bestonden wel albums met meerdere platen erin, en af en toe verscheen een speciale uitgave met een kleurenprent, maar de gewone plaat bleef kaal.
Foto: Gottlieb, William P. via The Library of Congress · Public domainIn 1939 nam Columbia Records de jonge ontwerper Alex Steinweiss aan om advertenties te maken. Hij vond de verpakking van de platen maar treurig en kreeg zijn bazen zover dat hij een paar hoezen mocht proberen. Zijn eerste ging over een verzameling liedjes van Rodgers en Hart, uitgevoerd door een orkest. Op de voorkant stond een foto van de lichtreclame van een theater in New York, met de titel van de plaat in lampjes. Het was geen schilderij en geen kunstwerk. Het was een etalageruit waar je even voor bleef staan.
Dat werkte. Volgens een verhaal dat Newsweek vertelde, werd één opname, Beethovens Eroica onder dirigent Bruno Walter, negen keer zo vaak verkocht nadat de hoes was geïllustreerd. Andere labels volgden. Aan het eind van de jaren veertig gebruikten bijna alle grote maatschappijen kleurrijke hoezen. Steinweiss bleef jarenlang voor Columbia werken en ontwierp er honderden. Hij overleed in 2011 en wordt vaak de uitvinder van de albumhoes genoemd. Die titel is wat groot, want kleurprenten bestonden al, maar hij maakte van een mooie hoes een gewoonte.
Toen kwam de langspeelplaat. In 1948 verscheen de lp, een schijf van vinyl met ruim twintig minuten muziek per kant. Er paste nu een heel album op één plaat, en in de winkel zag je van dat album alleen de hoes.
Blauw, groen en een uitroepteken
Blue Note Records werd in 1939 in New York opgericht door Alfred Lion, een Duitse emigrant die gek was op jazz. Kort daarna sloot zijn jeugdvriend Francis Wolff zich bij hem aan. Wolff was fotograaf en nam zijn camera mee naar de opnamesessies. Hij fotografeerde musici terwijl ze nadachten, luisterden en zich omdraaiden naar de drummer.
Rond 1956 kreeg het label een vaste ontwerper: Reid Miles, die eerder voor het tijdschrift Esquire had gewerkt. Hij had weinig met jazz, wordt verteld, en luisterde liever naar klassieke muziek. Naar eigen zeggen kreeg hij vijftig dollar per plaat. Toch maakte hij voor Blue Note enkele honderden hoezen die nog altijd nagemaakt worden.
Foto: Francis Wolff / Reid Miles · Public domainMiles gebruikte de foto's van Wolff, maar sneed ze strak bij en kleurde ze in één tint: blauw, groen of oranje. Daarbij zette hij vaak grote letters zonder schreef, soms scheef of half afgesneden, en hij hield van een uitroepteken. Het ontwerp leunde op het Bauhaus: heldere vlakken, veel lege ruimte en een paar sterke keuzes. Op Blue Train kijkt Coltrane peinzend voor zich uit, badend in blauw, met zijn naam in limoengroen erboven. Het is een portret, een poster en een verpakking tegelijk.

Blue Train: John Coltrane nam de titelsong in september 1957 op, met drie blazers voorop. Een zwaaiende melodie, vol schaduw, en een solo die niet op wil houden. Hoor je dit, dan snap je de kleur van de hoes.
Een banaan
In de jaren zestig kwam er een nieuwe stap. Kunstenaars gingen hoezen maken, en beroemde kunstenaars zetten er hun naam op. De bekendste was Andy Warhol, die in New York een atelier had dat The Factory heette. In 1966 nam hij een jonge band onder zijn hoede: The Velvet Underground, met de Duitse zangeres Nico.
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingHet debuut verscheen in maart 1967 bij Verve. Op de voorkant stond één ding: een gele banaan van Warhol, met zijn handtekening erbij. Op de eerste persingen zat een sticker met de woorden Peel slowly and see. Trok je hem eraf, dan zat onder de gele schil een vleeskleurige banaan. Het was een grap en een uitnodiging tegelijk. De plaat verkocht in eerste instantie slecht, de muziek was te vreemd, maar de hoes werd bijna net zo beroemd als de band. In 2023 zette Billboard hem op de eerste plaats van zijn lijst met de honderd beste hoezen aller tijden.

Sunday Morning, het openingsnummer, is zacht en bijna vriendelijk, met een celesta die klinkt als een muziekdoosje. De ruwe kant van de band komt pas later.
De hoes als feest
Twee maanden later, op 26 mei 1967, brachten de Beatles Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band uit. De band had de kunstenaars Peter Blake en Jann Haworth gevraagd een tafereel te maken: de Beatles in felgekleurde uniformen, omringd door een menigte. Die menigte bestond uit 57 foto's en negen wassen beelden, van schrijvers, filmsterren en denkers, plus de vier in hun oude pakken uit de tijd van de Beatlemania.
Foto: Montriveau · CC BY-SA 3.0Blake en Haworth plakten levensgrote zwart-witfoto's op hardboard, en Haworth kleurde ze met de hand. Zij bedacht ook de bloemenrand voor de voorkant, waarin de naam van de band met bloemen werd gelegd. Fotograaf Michael Cooper legde alles vast. De hoes kostte bijna drieduizend pond, terwijl een gewone hoes toen zo'n vijftig pond kostte.
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingEr zat meer aan vast. De hoes kon opengeklapt worden. Op de achterkant stonden de teksten van alle liedjes, volgens de bronnen voor het eerst op een rockplaat, zodat je kon meelezen. In de hoes zat een vel met uitknipsels: een snor, een paar badges en een kartonnen Sgt. Pepper. Je kocht geen verpakking meer. Je kocht een voorwerp om naar te kijken, te lezen en te bewaren. Blake en Haworth wonnen er in 1968 een Grammy voor de beste albumhoes mee.

With a Little Help from My Friends: Ringo Starr zingt, de anderen zingen mee. Een lied om mee te neuriën terwijl je de hoes bestudeert.
Een rits
Warhol bleef hoezen maken. In april 1971 verscheen Sticky Fingers van de Rolling Stones, het eerste album op hun eigen label, met een hoes van hem. Op de voorkant zie je het onderlichaam van een man in een spijkerbroek, en in die broek zat een echte rits. Trok je hem open, dan zag je een witte onderbroek. Winkeliers klaagden, omdat de metalen rits in gestapelde dozen de platen beschadigde, en de plek van de rits moest worden aangepast. Wie er op de foto staat, is niet zeker: er gaan meerdere verhalen. In Spanje werd de hoes door het regime van Franco gecensureerd en vervangen door een blik met vingers. Op dit album debuteerde ook de rode tong, het embleem dat de band nog altijd gebruikt.
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de bespreking
Wild Horses, een rustig lied met akoestische gitaren. Een hoes die schokte, en daarbinnen muziek die dat nauwelijks doet.
Ruim dertig jaar eerder was een plaat een schijf in een zak met een gat. Nu was de hoes een eigen kunstvorm geworden, met ontwerpers, fotografen, kunstenaars en prijzen. In de verhalen hierna zie je wat daarvan kwam.

