Het beeld
Pak de plaat erbij of zoek de hoes op. Er is niet veel te zien, en dat is het punt. Een zwart vierkant, en in het midden tientallen witte lijntjes boven elkaar, die als bergketens op en neer gaan. Geen bandnaam, geen titel, geen foto van de zangers. De voorkant van Unknown Pleasures, het debuut van Joy Division uit juni 1979, zegt niets over zichzelf.
Foto: hoesontwerp, zie de bronpagina · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingKijk goed naar de lijnen. Ze liggen op een vaste afstand van elkaar, als in een tekening met een liniaal. Maar in elke lijn zit een ander ritme, een rij kleine pieken die steeds verspringt. Het is bijna een landschap, en bijna een hartslag. Bij de eerste blik denk je aan muziek, aan een geluidsgolf. Dat is een goede gok, maar het is niet wat je ziet.

Disorder, het eerste nummer van de plaat. Een bas die als een melodie klinkt, drums die klinken alsof ze in een lege hal staan, en pas daarna de gitaar en de stem. Zet het aan terwijl je naar de hoes kijkt.
De herkomst
De lijnen komen uit de sterrenkunde. In november 1967 ontdekte de Britse promovenda Jocelyn Bell in Cambridge een radiosignaal dat met een zeldzame regelmaat pulseerde, ongeveer eens per seconde. Het bleek de eerste pulsar te zijn: een snel draaiende neutronenster die als een vuurtoren radiogolven de ruimte in stuurt. De bron kreeg de naam CP 1919.
De Amerikaanse sterrenkundige Harold Craft maakte van de signalen een grafiek. Hij mat de pulsen in 1970 met de grote radiotelescoop van Arecibo op Puerto Rico, en stapelde ze voor zijn proefschrift boven elkaar, zodat je ziet hoe elke puls verschilt van de vorige. Het beeld verscheen in januari 1971 in Scientific American, en in 1977 in The Cambridge Encyclopaedia of Astronomy.
Foto: Billthom · CC BY-SA 4.0In dat boek vond een van de bandleden het. Gitarist Bernard Sumner zou het gezien hebben in de bibliotheek van Manchester, al schrijven sommige bronnen de vondst aan drummer Stephen Morris toe. Ze namen de pagina mee naar de ontwerper en vroegen of hij er iets mee kon. Craft zelf hoorde er jarenlang niets van.
De ontwerper
Die ontwerper was Peter Saville, in 1955 geboren in Manchester en nog maar net begonnen. Hij had samen met Tony Wilson en Alan Erasmus Factory opgezet, het label en de club waar Joy Division speelde, en maakte voor hen al affiches.
Zijn grootste ingreep was een omkering. In het boek staan de lijnen zwart op wit. De band vond dat mooier, het was nu eenmaal de grafiek zoals hij bestond. Saville draaide de kleuren om, wit op zwart, omdat het origineel hem een beetje goedkoop leek en de zwarte versie hem aantrekkelijker voorkwam. Hij liet de naam van de band weg, en ook de titel. Op de achterkant staan de nummers en de gegevens.
Ook het materiaal telt. De hoes is gedrukt op karton met een voelbare structuur, en in de hoes zit een witte binnenhoes met een zwart-witfoto van een deur en een hand bij de klink. Die foto bleek later van de fotograaf Ralph Gibson te zijn. Zo ging de plaat de winkel in: een donker voorwerp dat je zelf moest openmaken om te ontdekken wat erin zat.
Het effect
Het raadsel paste ook bij de muziek. Producer Martin Hannett, ook een van de Factory-partners, haalde alle lucht uit de opnames in Strawberry Studios in Stockport en vulde die met echo en ruimte. Hij vond de band een geschenk voor een producer, omdat ze zelf geen idee hadden hoe het hoorde. Wie de plaat opzet, hoort hetzelfde als op de hoes: strakke lijnen, met daaronder iets dat beweegt.

New Dawn Fades, een van de langzame nummers van de plaat. De stem van Ian Curtis zakt in het couplet weg en komt in het laatste deel zonder warmte terug. Luister naar de ruimte rond de instrumenten.
Op 18 mei 1980, de dag voor de eerste Amerikaanse tournee, overleed Ian Curtis op 23-jarige leeftijd. Unknown Pleasures was het enige album van de band dat verscheen toen hij nog leefde. Vanaf dat moment kreeg de hoes een tweede betekenis. Het lege zwarte vlak werd een grafsteen, het signaal uit het heelal een signaal dat niet meer wordt beantwoord.
Daarna ging het beeld een eigen leven leiden. Eind jaren tachtig werd het een symbool onder gothic-fans, later op T-shirts, tassen en posters. In 2003 verwerkte modeontwerper Raf Simons het in zijn collectie, en Supreme volgde in 2006. Disney zette de lijnen zelfs op een Mickey Mouse-shirt.
Cool, in alle betekenissen, van cool tot koud.Peter Saville over het beeld, vrij vertaald
Dat is de eigenaardigheid van deze hoes: er staat geen naam op, en daardoor is het beeld zelf de naam geworden. Het hoort bij een band, maar bestaat ook los daarvan, als teken voor een gevoel: kil, mooi en een beetje onheilspellend.
