SoR Magazine #5 · Harlem Renaissance · verhaal 3 van 5

Het Cotton Club

Zwarte artiesten op het podium, witte gasten in de zaal. Duke Ellington en Cab Calloway maakten er muziek die de radio door het hele land hoorde.

← Vorig verhaal: Rent parties en stride

Een club waar zwarte artiesten voor een wit publiek speelden

Op de hoek van 142nd Street en Lenox Avenue, midden in Harlem, stond van 1923 tot 1936 het beroemdste nachtcafé van de stad. Bokskampioen Jack Johnson had er in 1920 op de bovenverdieping Club Deluxe geopend. Toen de bootlegger Owney Madden in 1923 uit de gevangenis Sing Sing kwam, nam hij de zaak over en gaf hem een nieuwe naam: het Cotton Club.

Het bijzondere was wie er binnen mocht. Op het podium stonden zwarte artiesten, de zaal zat vol met witte gasten die voor een avond uit het centrum waren gekomen. Zwarte bezoekers werden meestal geweigerd, op een paar bekende uitzonderingen na, zoals de zangeres Ethel Waters en de danser Bill Robinson. De danseressen moesten lang zijn en jonger dan 21, en lichtgekleurd. De club noemde ze tall, tan and terrific. Lena Horne begon er op haar zestiende in het koor.

De shows speelden zich af in een nagemaakte jungle of op een plantage, met kostuums en decors die zwarte mensen voorstelden als exotisch of ouderwets. De dichter Langston Hughes had er een eigen mening over:

Dat is de tegenstrijdigheid van deze plek. De muziek was van de hoogste klasse, en het kader eromheen was beledigend. Het is allebei waar, en allebei hoort bij het verhaal.

A Jim Crow club for gangsters and monied whites.Langston Hughes over het Cotton Club

Duke

De band die het Cotton Club beroemd maakte, was die van Duke Ellington. Hij werd in 1899 geboren in Washington, D.C., en kwam in 1923 met zijn muzikanten naar Harlem. Vanaf begin 1924 leidde hij de groep, die toen nog The Washingtonians heette. De trompettist James "Bubber" Miley bracht er een nieuw geluid in: hij blies door een demper en liet zijn trompet grommen en janken, als een stem. Tijdgenoten noemden dat jungle style.

Met dat geluid maakte Ellington in oktober 1927 Black and Tan Fantasy, waarvan Miley het grootste deel schreef. Het nummer begint met een plechtig bluesthema, laat hoorns en trombone aan het woord die klinken alsof ze praten, en eindigt met een citaat uit de treurmars van Chopin. Een paar weken later, op 4 december 1927, begon Ellington als huisorkest in het Cotton Club. Zijn manager Irving Mills had hem er laten auditie doen.

Duke EllingtonBlack and Tan Fantasy · 1927

Black and Tan Fantasy (1927). Luister naar de gedempte trompet die klinkt als een stem, en let op het einde, waar de band plotseling een rouwmars citeert.

Er was nog iets wat Ellington in het Cotton Club overkwam: de radio. De optredens werden landelijk uitgezonden, en daardoor hoorde heel Amerika elke week een zwart orkest vanuit Harlem. Dat gaf hem een bekendheid die geen enkele concertreeks had kunnen opleveren.

Een film uit 1929

In december 1929 kwam een korte film uit waarin je dat orkest kunt zien. Black and Tan duurt een goed kwartier, geregisseerd door Dudley Murphy voor RKO. Ellington speelt zichzelf, in een lichtjes verzonnen verhaal. Fredi Washington, in haar eerste filmrol, speelt een danseres met een zwak hart die tegen alle raad in wil optreden. In de film klinken Black and Tan Fantasy, Cotton Club Stomp en Black Beauty. In 2015 koos de Library of Congress de film voor het Amerikaanse nationale filmregister.

Black and Tan (1929) met Duke Ellington en zijn orkest, in de versie van het Internet Archive. Het duurt ruim achttien minuten, dus neem er de tijd voor. Kijk naar het spel van de blazers en naar hoe de band samen ademt.Film: Dudley Murphy, RKO (1929), via het Internet Archive · publiek domein

Stem en kleur

In oktober 1927 nam Ellington ook Creole Love Call op, met zangeres Adelaide Hall, die geen woorden zong maar klanken, als een extra instrument. De plaat werd een grote hit. In oktober 1930 volgde Mood Indigo, dat Ellington met klarinettist Barney Bigard schreef en waarin de blazers anders zijn gerangschikt dan je gewend bent: de trombone speelt aan de bovenkant van zijn bereik en de klarinet onderaan. Daardoor lijkt er een vierde stem te klinken die er niet is.

Duke EllingtonCreole Love Call · 1927

Creole Love Call (1927) met Adelaide Hall. Een stem die als een trompet klinkt, en een trompet die als een stem klinkt. Probeer te horen wie wie is.

Duke EllingtonMood Indigo · 1930

Mood Indigo (1930). Een traag, zwaar nummer. Ellington gebruikte de blazers als kleuren in een schilderij.

Cab

Op 4 februari 1931 vertrok Ellington uit het Cotton Club om op tournee te gaan. Zijn plaats werd ingenomen door het orkest van Cab Calloway, dat al had ingevallen toen Ellington op tournee was. Calloway, in 1907 geboren in Rochester, New York, was zanger en showman. Zijn nummer Minnie the Moocher uit 1931 werd zijn handelsmerk, met het roep-en-antwoordspel dat hij Hi-de-ho noemde. Hij wordt wel genoemd als de eerste zwarte muzikant die een miljoen exemplaren van een plaat verkocht.

In 1932 verscheen Calloway in de tekenfilm Minnie the Moocher met Betty Boop, waarin hij als model diende voor de bewegingen van de figuren, met de techniek van rotoscoping.

Cab Calloway als bandleider, gefotografeerd door Carl Van Vechten.Foto: Carl Van Vechten · Public domain
Cab Calloway als bandleider, gefotografeerd door Carl Van Vechten.
Cab CallowayMinnie the Moocher · 1931

Minnie the Moocher. De zanger zingt een regel, de band of de zaal zingt hem terug, en dat blijft maar langer duren. Zing mee, dat is de bedoeling.

Het einde

Na de rellen van 1935 in Harlem verloor het Cotton Club zijn plek in de wijk. In 1936 verhuisde het naar het theaterdistrict op Broadway, waar het in 1940 definitief sloot, na hogere huren, een veranderende smaak en een onderzoek van de belastingdienst naar nachtclubs in Manhattan.

Wat bleef, is de muziek. Die bestond niet door het Cotton Club, maar ondanks het kader waarin ze werd gespeeld. Via de radio hoorden luisteraars in het hele land dat een zwart orkest veel meer kon dan de show van hem vroeg.

Een kaart van de nachtclubs in Harlem, getekend door Elmer Simms Campbell (1932). Het Cotton Club staat er ook op.

Lees dit verhaal als één lange pagina · Alle verhalen

Eén lange pagina