SoR Magazine #5 · Harlem Renaissance · Songtekstanalyse
Strange Fruit
Een gedicht van een leraar uit de Bronx, een nachtclub waar het licht uitging en een opname die haar platenmaatschappij niet wilde. Hoe Billie Holiday een protest zong zonder haar stem te verheffen.
← Vorig verhaal: Van Bessie tot Ella
Foto: William P. Gottlieb · Public domainEen gedicht in een vakbondsblad
Het lied begint niet bij Billie Holiday maar bij een leraar Engels uit de Bronx. Abel Meeropol, in 1903 geboren als zoon van joodse immigranten uit Oekraïne, gaf zeventien jaar les aan DeWitt Clinton High School, waar James Baldwin een van zijn leerlingen was. Onder de naam Lewis Allan schreef hij gedichten en liedjes. In januari 1937 verscheen in The New York Teacher, het blad van de onderwijsvakbond, zijn gedicht Bitter Fruit.
Aanleiding was een foto. Meeropol had een afbeelding gezien van de lynchpartij op Thomas Shipp en Abram Smith in Marion, Indiana, in 1930, genomen door fotograaf Lawrence Beitler. Het beeld liet hem niet los. Hij schreef een gedicht dat begint met de natuur en eindigt bij wat die natuur te zien kreeg. Daarna zette hij het zelf op muziek, en liet hij het zingen door zijn vrouw Anne Shaffer en de zangeres Laura Duncan, in New York op bijeenkomsten en zalen, ook in Madison Square Garden.
De context was dit. Tussen 1877 en 1950 werden volgens onderzoek van de Equal Justice Initiative ruim 4.000 zwarte mannen, vrouwen en kinderen gelyncht in twaalf Zuidelijke staten, en nog zo'n driehonderd in andere staten. Er werden in het Congres zo'n tweehonderd wetsvoorstellen tegen lynchen ingediend, en geen daarvan werd aangenomen. Pas in 2022 kwam er een federale wet.
Café Society
De weg naar Holiday liep via een nachtclub. Café Society, in Greenwich Village in New York, was in 1938 geopend door Barney Josephson, en het was een van de eerste clubs waar zwarte en witte gasten samen aan tafel zaten. In 1939 zong Billie Holiday er het lied voor het eerst. Over wie haar het lied liet kennen, lopen de verhalen uiteen: Josephson of de regisseur Robert Gordon.
Holiday zei later dat het lied haar angst aanjoeg, maar ze bleef het zingen. Josephson bepaalde hoe het moest. Het was altijd het laatste nummer van de avond. Tijdens het lied kwamen de obers tot stilstand, de zaal werd donker en alleen zij stond in het licht. Na afloop was er geen toegift.
Foto: William P. Gottlieb · Public domainHaar eigen platenmaatschappij durfde het niet aan. Columbia en producer John Hammond weigerden de opname, uit angst voor de reacties van winkeliers in het Zuiden en van radiostations. Het was Milt Gabler van het kleinere label Commodore die haar op 20 april 1939 in de studio liet. Het werd haar best verkochte plaat, zo'n miljoen exemplaren.
Hoe het klinkt
Het lied is traag en kaal. Pianist Sonny White verzon de inleiding ter plekke, en de zang begint pas na ongeveer zeventig seconden. Het is een lange wachttijd voor een popsong, en je merkt dat het bedoeld is: de piano zet de toon, en je bent al gespannen voor ze iets zegt.
De tekst werkt met één beeld: de titel. Aan de bomen in het Zuiden hangt vrucht die niet bij een boom hoort. Meeropol laat die beeldspraak zijn werk doen en legt niets uit. Hij zet de schoonheid van het landschap naast de gruwel, en laat die twee niet zacht in elkaar overgaan. Eerst lijkt het een idyllisch zuidelijk landschap. Pas gaandeweg wordt duidelijk waar je naar kijkt.
Het lied heeft geen refrein dat je kunt meezingen, en het sluit niet af met troost. Het eindigt waar het begint: bij de bitterheid van wat daar geoogst wordt. De zangeres hoeft haar stem niet te verheffen, en dat doet Holiday ook niet. Daardoor klinkt het sterker dan een protestlied.

Strange Fruit (1939) met Billie Holiday. Let op het begin: de lange inleiding op piano en haar stem die rustig binnenkomt, zonder uit te halen. Luister dan naar hoe ze de woorden uitspreekt, bijna als een verslag.
Wat het deed
De anti-lynchingbeweging omarmde het. Activisten stuurden exemplaren van de plaat naar senatoren tijdens de debatten over een federale wet. Holiday zong het bijna twintig jaar lang, tot kort voor haar dood in 1959. In haar autobiografie schreef ze dat ze de muziek mede zou hebben gemaakt, maar de biografen David Margolick en Hilton Als wezen dat verhaal af.
In 1978 kwam de opname in de Grammy Hall of Fame. Het tijdschrift Time koos het lied in 1999 tot beste song van de eeuw. Nina Simone, Siouxsie and the Banshees en Jeff Buckley maakten er latere versies van. Meeropol, die in 1986 overleed, adopteerde samen met zijn vrouw de twee zoontjes van Julius en Ethel Rosenberg, die in 1953 waren geëxecuteerd.

