SoR Magazine #5 · Harlem Renaissance · verhaal 4 van 5

Van Bessie tot Ella

De keizerin van de blues, een trompettist uit New Orleans en een meisje dat wilde dansen maar zong: drie stemmen die Harlem van platen naar podia brachten.

← Vorig verhaal: Het Cotton Club

De keizerin

Bessie Smith werd geboren in Chattanooga, Tennessee. Haar geboortejaar is onzeker: 1892 of 1894, afhankelijk van de bron. Ze ging als jonge vrouw mee met een rondreizend gezelschap waar ook Ma Rainey in zat, en werd bekend in de zwarte theaters van het Zuiden. In 1923 tekende ze bij Columbia Records, dat toen op zoek was naar een aanbod voor zwarte kopers.

Haar eerste plaat was Downhearted Blues, een lied dat Alberta Hunter en Lovie Austin hadden geschreven. Er werden in de eerste zes maanden zo'n 780.000 exemplaren van verkocht. Het was de eerste plaat in de reeks van Columbia voor zwarte kopers, en meteen een hit. Smith gold daarna als de best betaalde zwarte artiest van haar tijd. In de pers kreeg ze de titel Empress of the Blues. Ze toerde met een eigen tent en een eigen treinwagon, en vulde zalen in zwarte wijken in het hele land.

Bessie Smith in 1936, gefotografeerd door Carl Van Vechten. Een jaar later overleed ze.
Bessie SmithDownhearted Blues · 1923

Downhearted Blues (1923), haar eerste plaat. Een zware, brede stem die niets hoeft te bewijzen. Het gaat over een vrouw die genoeg heeft van een man die haar slecht behandelt.

Op 14 januari 1925 nam ze St. Louis Blues op, het lied dat W.C. Handy in 1914 had gepubliceerd. Op de cornet speelde Louis Armstrong. Handy had in het middendeel een ritme in habanera-stijl gezet, dat hij zelf tango noemde en dat Jelly Roll Morton het Spanish tinge noemde. De plaat kwam in april 1925 uit en staat sinds 1993 in de Grammy Hall of Fame.

Bessie Smith overleed op 26 september 1937 na een auto-ongeluk bij Clarksdale in Mississippi. Het verhaal dat een ziekenhuis haar zou hebben geweigerd omdat ze zwart was, wordt tegenwoordig niet meer geloofd. Haar graf kreeg pas in 1970 een steen, betaald door onder anderen Janis Joplin.

Bessie SmithSt. Louis Blues · 1925

St. Louis Blues (1925) met Louis Armstrong op cornet. Hij speelt kleine antwoorden tussen haar regels in, als een tweede stem die meepraat. Luister naar die dialoog.

Louis in New York

Louis Armstrong kwam in 1924 uit Chicago naar New York, uitgenodigd door het orkest van Fletcher Henderson, toen de beste zwarte band van het land. Hij speelde er zo anders dan de rest dat zijn spel de band veranderde. Armstrong schakelde over op trompet, omdat die beter bij het blazerskorps paste, en maakte in New York ook opnamen met bluesvoorzangers als Bessie Smith, Ma Rainey en Alberta Hunter.

Het bleef niet lang bij Harlem. In 1925 ging hij terug naar Chicago, teleurgesteld in New York, en richtte daar zijn Hot Five op. Met die groep nam hij in 1928 West End Blues op, met een inleiding op trompet die beroemd werd.

In 1929 was hij terug in Harlem. Hij speelde in de pit van Hot Chocolates, de revue met muziek van Fats Waller en Andy Razaf, en zijn zang van Ain't Misbehavin' stal de show. Het werd zijn best verkochte plaat tot dan toe. Daarna werkte hij in Connie's Inn, een Harlemse club.

Louis Armstrong and His Hot FiveWest End Blues · 1928

West End Blues (1928). Luister naar de inleiding op trompet, waarin Armstrong laat horen wat zijn instrument kan, en let daarna op hoe zijn zang en trompet elkaar afwisselen.

Een talentenjacht op 125th Street

Op 26 januari 1934 ging het Apollo Theater open op 125th Street, in een gebouw dat sinds 1914 een variététheater voor witte bezoekers was geweest. Nu was het gericht op het zwarte publiek van Harlem. De eerste grote naam was de zangeres Adelaide Hall. Op woensdagavond waren er amateurwedstrijden, en daar begon het verhaal van de zaal.

Op 21 november 1934 stond er een meisje van zeventien uit Yonkers op het podium, Ella Fitzgerald. Ze was gekomen om te dansen. Maar ze voelde zich geïntimideerd door de Edwards Sisters, een bekend dansduo uit de buurt. Ze koos in plaats daarvan voor zingen. Ze zong Judy en The Object of My Affection, in de stijl van Connee Boswell, en won de eerste prijs.

De gevel van het Apollo Theatre, gefotografeerd door William P. Gottlieb tussen 1946 en 1948.Foto: William P. Gottlieb · Public domain
De gevel van het Apollo Theatre, gefotografeerd door William P. Gottlieb tussen 1946 en 1948.

Later in 1935 kwam ze in het orkest van Chick Webb, de drummer die in het Savoy Ballroom de baas was. Dat was een dancing op Lenox Avenue, geopend op 12 maart 1926, met een dansvloer die een heel bouwblok besloeg. Er gold geen kleurgrens, en het publiek was voor het grootste deel zwart. Er werd een dans uitgevonden die hier zijn bekendste plek kreeg, de lindy hop, genoemd naar de vlieger Charles Lindbergh. In 1937 won Webb er een band-battle van het orkest van Benny Goodman.

Chick Webb overleed in 1939. Ella nam de band over, en later zou ze een van de grootste zangeressen van de eeuw worden. Het Apollo bestaat nog steeds en houdt nog altijd amateuravonden.

Dansers in het Savoy Ballroom, 1936, in een foto uit het tijdschrift Life.Foto: AnonymousUnknown author · Public domain
Dansers in het Savoy Ballroom, 1936, in een foto uit het tijdschrift Life.
Chick WebbStompin' at the Savoy · 1934

Stompin' at the Savoy van Chick Webb. Het nummer is gemaakt voor de dansvloer: een stevige beat, blazers die elkaar aanvuren. Probeer stil te blijven zitten.

Chick Webb and His OrchestraA-Tisket, A-Tasket · 1938

A-Tisket, A-Tasket, de plaat van Webb met Ella Fitzgerald uit 1938. Een kinderliedje waar zij een hit van maakte, met een band die onder haar stem swingt.

Lees dit verhaal als één lange pagina · Alle verhalen

Eén lange pagina