School of Rock · Mixtape 13

School of Rock-cassette

Van cassette tot cloud

Van de laatste echte gitaarstrijd tot de playlist: hoe de drager verdween en de muziek overal kwam.

LesMixtape 13: Van cassette tot cloud
Op de kaart

Wie in 1995 een nieuw album wilde horen, ging naar de platenzaak. Je betaalde, kreeg een cd in een plastic doosje met een boekje vol teksten en foto's, en nam hem mee naar huis. Die cd was van jou. Je kon hem uitlenen, op een cassette zetten voor een vriend, en twintig jaar later terugvinden in een verhuisdoos. Wie nu een album wil horen, opent een app. Alles staat er meteen klaar, voor een vast bedrag per maand of gratis met reclame ertussen. Maar je bezit niets meer. Stop je met betalen, dan is je verzameling weg.

Die omslag ging snel, en de cd speelde er zelf een hoofdrol in. In Mixtape 7 (De jaren 80) kwam de compact disc op de markt, ontwikkeld door Philips en Sony. In de jaren negentig werd hij de standaard. Voor de koper was een cd duurder dan een lp, maar voor de platenmaatschappij was hij goedkoop om te maken. De industrie verdiende er meer aan dan ooit. Tegelijk zat in de cd het begin van het einde. De muziek stond er digitaal op, als een lange reeks enen en nullen. Een kopie op cassette klonk altijd iets slechter dan het origineel. Een digitale kopie is precies gelijk aan het origineel, en de kopie van de kopie ook. Wie de muziek van een cd op een computer zette, had een bestand dat je eindeloos kon vermenigvuldigen. Zo komen we bij de vraag die dit hoofdstuk volgt: wat verandert er aan muziek als je haar niet meer bezit, maar alleen nog toegang hebt?

Side A · 1993-2001

Het laatste decennium van de cd

Britpop, eurodance en tienerpop verkopen meer platen dan ooit, tot een student in Boston het delen begint.

Track 01 · 1994-1995 · Londen en Manchester

Britpop: Blur tegen Oasis

Begin jaren negentig kwam de gitaarmuziek die ertoe deed uit Amerika. Nirvana, Pearl Jam en andere bands uit Seattle maakten grunge: zware, vervormde gitaren en teksten vol onbehagen. Ook in Engeland waren die platen populair. Een groep Britse bands koos rond 1993 bewust een andere kant op. Ze keken niet naar Amerika, maar naar hun eigen land en hun eigen popgeschiedenis: de Beatles, The Kinks, The Who en de mods van de jaren zestig. De pers gaf die beweging een naam: Britpop. In Mixtape 4 (Toen rock nog pop was) staat Britpop in het verhaal van de rockmuziek. Hier gaat het om het moment waarop een gitaarstrijd nog werd beslist in de platenzaak.

Twee bands werden de hoofdrolspelers, en de media zetten ze graag tegenover elkaar. Blur kwam uit Londen. Zanger Damon Albarn, gitarist Graham Coxon, bassist Alex James en drummer Dave Rowntree hadden een slimme, ironische uitstraling. Coxon en James hadden gestudeerd aan Goldsmiths College, een Londense hogeschool met een bekende kunstopleiding. Oasis kwam uit Manchester, uit een arbeidersgezin. De broers Noel en Liam Gallagher hadden geen kunstacademie van binnen gezien. Noel, de oudste, had als roadie gewerkt voor de Manchesterse band Inspiral Carpets en schreef alle nummers. Liam zong ze, met een nasale stem en zijn handen op zijn rug. In de pers werd het verschil uitvergroot tot een tegenstelling van klasse: de studenten uit het zuiden tegen de jongens uit het noorden.

Ook muzikaal verschilden ze. Blur schreef liedjes over het Engelse dagelijks leven, met personages en kleine verhalen, zoals Ray Davies van The Kinks dat in de jaren zestig deed. In Parklife (1994) worden de coupletten niet gezongen maar uitgesproken, door acteur Phil Daniels, met een plat Londens accent. Albarn zingt alleen het refrein. Dat klinkt als music hall, het Britse variététheater van rond 1900, waar artiesten met een sterk accent liedjes over het gewone leven brachten. Oasis keek vooral naar de Beatles (zie Mixtape 3) en naar de luide gitaarrock van de jaren zeventig. Hun nummers hebben eenvoudige akkoorden, een muur van gitaren en zanglijnen die aan John Lennon doen denken.

Op maandag 14 augustus 1995 kwam het tot een confrontatie. Blur bracht die dag de single Country House uit, Oasis de single Roll With It. Kranten en televisiejournaals maakten er een wedstrijd van, de Battle of Britpop, en fans werden geacht te kiezen. De uitslag kwam op zondag, met de nieuwe hitlijst. Blur won. Country House verkocht in de eerste week ongeveer 274.000 exemplaren, Roll With It ongeveer 216.000. Blur stond op 1, Oasis op 2.

Op de lange termijn liep het anders. In het najaar van 1995 verschenen de albums van beide bands. Blur bracht The Great Escape uit, Oasis (What's the Story) Morning Glory?. Dat tweede album werd een van de bestverkochte albums in de Britse geschiedenis en verkocht wereldwijd vele miljoenen exemplaren meer dan dat van Blur. De single Wonderwall kwam in Engeland niet verder dan de tweede plaats, maar werd ook in Amerika een hit, iets wat Britse gitaarbands in die jaren zelden lukte. Blur won de hitlijst, Oasis won de wereld.

Wonderwall laat horen waarom. Het nummer draait om een akoestische gitaar met een capo op de tweede fret. Noel Gallagher speelt akkoorden waarin een paar snaren steeds open meeklinken, zodat het geluid vol en een beetje zwevend wordt. Later komen er een cello en andere strijkers bij. Het tempo is rustig, de akkoorden zijn makkelijk te leren, en de melodie ligt binnen het bereik van iedereen die meezingt. Zo werd het het kampvuurnummer van een generatie: het lied dat iemand op een feest of op een strand op de gitaar inzet.

In augustus 1996 speelde Oasis twee avonden in het park van Knebworth House, ten noorden van Londen, voor in totaal zo'n 250.000 mensen. Een jaar later won Labour onder Tony Blair de verkiezingen. De nieuwe premier ontving Noel Gallagher op Downing Street, en de kranten spraken van Cool Britannia. Daarna liep de golf snel leeg. Blur nam in 1997 juist afstand van het Engelse geluid en scoorde met Song 2, een kort en luid nummer dat klonk als de Amerikaanse rock waartegen Britpop zich eerst had afgezet. Achteraf is de Battle of Britpop een van de laatste keren dat een strijd tussen twee gitaarbands in de hitlijst werd beslist door het aantal mensen dat een schijfje kocht.

Track 02 · 1993-1996 · Europa

Eurodance en girl power

Op het vasteland van Europa klonk in dezelfde jaren heel andere muziek. In discotheken en op de radio draaide eurodance: dansmuziek met een stevige housebeat, een gerapt couplet en een gezongen refrein. De beats kwamen uit house en techno, de muziek uit Chicago, Detroit en de Europese clubs die in Mixtape 8 (Elektronische muziek) aan bod kwam. Producers in België, Nederland, Duitsland en Italië bouwden daar korte, snelle popnummers mee die in heel Europa de hitlijsten haalden. Bekende voorbeelden zijn Rhythm Is a Dancer van Snap! (1992), Mr. Vain van Culture Beat (1993) en What Is Love van Haddaway (1993).

De succesvolste act had Nederlandse gezichten en een Belgische fabriek erachter. 2 Unlimited bestond uit de Nederlanders Ray Slijngaard en Anita Doth. De muziek werd gemaakt door de Belgische producers Phil Wilde en Jean-Paul De Coster. Na Get Ready for This (1991) volgde in 1993 No Limit. Dat nummer stond in een groot deel van Europa op nummer 1, ook in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk.

Wie goed luistert naar No Limit, hoort een bouwpakket. Er is een korte synthesizerriff die steeds terugkomt. Ray rapt de coupletten, Anita zingt het refrein, dat bijna alleen uit de titel bestaat. Halverwege valt de muziek terug tot de beat: de break, het moment waarop de dansvloer even op adem komt voordat alles weer invalt. Elk onderdeel is los te vervangen. Dat bleek in Engeland, waar de single uitkwam in een versie waarin de rap grotendeels was weggeknipt. Ook zonder couplet werkte het nummer nog.

Eurodance was dus een formule, net als de hits van de hitfabrieken uit Mixtape 12. De producers maakten de muziek in de studio en zochten er daarna een zanger, een rapper en een gezicht bij. Voor het publiek waren Ray en Anita 2 Unlimited, maar de nummers ontstonden bij Wilde en De Coster. Dat is dezelfde werkwijze als bij Stock Aitken Waterman in Londen, met de beats uit de clubs.

In Engeland werd in dezelfde jaren een popgroep bijna letterlijk ontworpen. In 1994 verscheen in het vakblad The Stage een advertentie waarin jonge vrouwen werden gezocht voor een nieuwe meidengroep. Uit de audities kwamen vijf zangeressen: Geri Halliwell, Melanie Brown, Emma Bunton, Melanie Chisholm en Victoria Adams, later Victoria Beckham. Ze maakten zich al snel los van de mannen die de groep hadden bedacht en kozen een eigen manager, Simon Fuller. In de zomer van 1996 verscheen hun eerste single, Wannabe, geschreven door de vijf samen met Matt Rowe en Richard Stannard. Het nummer stond in Engeland op nummer 1 en in 1997 ook in de Verenigde Staten.

De Spice Girls werden een merk. Een Brits muziektijdschrift gaf elk lid een bijnaam: Ginger, Scary, Baby, Sporty en Posh. Iedere fan kon zich in een van de vijf herkennen. In Wannabe krijgt elk lid een eigen regel, zodat je de personages hoort voordat je ze ziet. De groep had een slogan, girl power, en verkocht naast cd's ook poppen, frisdrank, kleding en in 1997 een eigen speelfilm, Spice World. Over wat die slogan betekende, wordt nog steeds gediscussieerd. Voor veel meisjes was het een eerste kennismaking met het idee dat vriendschap tussen vrouwen en zelfvertrouwen belangrijker zijn dan een vriendje. Critici zagen vooral een verkooptruc. In Mixtape 10 (Vrouwen in de popmuziek) staat die spanning tussen boodschap en marketing centraal. Hier is vooral van belang dat een popgroep in de jaren negentig een product werd met vijf gezichten, een slogan en een winkelschap vol spullen.

Track 03 · 1998-1999 · Stockholm en de VS

De cd-boom

Eind jaren negentig verkocht de muziekindustrie meer dan ooit. Rond 1999 lag de wereldwijde omzet uit verkochte muziek op het hoogste punt tot dan toe. Het grootste deel van dat geld kwam van de cd. Veel mensen vervingen in die jaren hun oude platen en cassettes door cd's. Ze kochten dezelfde albums dus voor de tweede keer, en de platenmaatschappijen brachten hun oude catalogus opnieuw uit, als luxe heruitgave of als verzamelalbum.

Het verdienmodel draaide om het album. Een cd met tien tot vijftien nummers kostte veel meer dan een single. Wie één hit wilde hebben, kocht vaak het hele album, ook als de rest van de nummers hem weinig zei. In de Verenigde Staten brachten platenmaatschappijen populaire nummers soms helemaal niet meer als losse single uit, om de albumverkoop niet te remmen. Voor de industrie was dat gunstig. Voor de luisteraar betekende het dat hij voor één liedje de prijs van vijftien betaalde. Die verhouding zou binnen een paar jaar omdraaien.

Een groot deel van de verkoop kwam van tieners. Uit de Cheiron Studio in Stockholm, waar Max Martin en zijn collega's werkten (zie Mixtape 12), kwamen de hits van de Backstreet Boys, *NSYNC en Britney Spears. Hun albums verkochten bij miljoenen tegelijk. Het debuutalbum van Britney Spears, ...Baby One More Time (1999), ging alleen in de Verenigde Staten meer dan tien miljoen keer over de toonbank. *NSYNC verkocht in 2000 in de eerste week van hun album No Strings Attached ruim 2,4 miljoen exemplaren in Amerika, een record dat vijftien jaar standhield.

In ...Baby One More Time (1998) hoor je hoe deze hits gebouwd zijn. Er is geen lange inleiding. Na drie harde pianoakkoorden zingt Britney meteen "Oh baby, baby", en daarmee is de hook al binnen. Over de tekst en de schrijfmethode van Max Martin lees je meer in Mixtape 12. Hier valt iets anders op: het nummer verspilt geen seconde. Dat was handig voor de radio en voor de videoclip op MTV, en het zou later nog belangrijker worden, toen luisteraars met één tik naar het volgende nummer konden gaan.

De cd-boom was de piek van de fysieke drager. Na Tin Pan Alley, waar je bladmuziek kocht (Mixtape 1), kwamen de 78-toerenplaat, de single, de lp, de cassette en de cd. Elke keer kocht je een voorwerp, en dat voorwerp was de muziek. De cd was het laatste en het winstgevendste voorwerp in die reeks. Een cd bevat ruim een uur muziek, opgeslagen als 44.100 metingen per seconde per kanaal. Dat komt neer op ongeveer tien megabyte per minuut. Eind jaren negentig zat er in steeds meer computers een cd-speler, en ook cd-branders werden betaalbaar. Wie een cd in de computer stopte, kon de nummers eraf halen, rippen in het jargon, en ze als bestand opslaan. Alleen waren die bestanden nog te groot om makkelijk via internet te versturen. Daarvoor was nog één stap nodig.

Track 04 · 1999-2001 · Boston

Napster

Die stap was de mp3. Het bestandsformaat werd ontwikkeld aan het Fraunhofer-Institut in Duitsland, met onder anderen ingenieur Karlheinz Brandenburg. Het idee is slim: mp3 gooit weg wat het menselijk oor nauwelijks hoort. Een zachte toon die vlak naast een harde toon klinkt, valt bijvoorbeeld weg, omdat de harde toon hem toch overstemt. Zo wordt een nummer ongeveer tien keer kleiner. Een liedje van vier minuten dat op een cd zo'n veertig megabyte inneemt, past als mp3 in ongeveer vier megabyte. Met de inbelmodems van eind jaren negentig duurde het downloaden daarvan nog steeds een kwartier of langer. Maar op universiteiten, waar studenten een snelle verbinding hadden, ging het in een paar seconden.

Een van die studenten was Shawn Fanning, eerstejaars aan Northeastern University in Boston. In juni 1999 bracht hij samen met Sean Parker een programma uit waarmee je mp3's kon zoeken en delen: Napster, naar Fannings bijnaam. Het werkte peer-to-peer, van gebruiker naar gebruiker. Er was geen centrale winkel en geen centrale opslag. Napster hield alleen een lijst bij van wie welke nummers op zijn computer had. Zocht je een nummer, dan haalde je het rechtstreeks van de harde schijf van iemand anders, ergens in de wereld. Wat jij had, kon een ander weer bij jou halen. Binnen twee jaar deelden tientallen miljoenen mensen op die manier muziek, gratis.

Voor luisteraars was het een openbaring. Elk nummer dat ooit was verschenen, leek ineens bereikbaar, ook obscure b-kantjes, live-opnames en platen die al jaren niet meer te koop waren. Je hoefde geen album meer te kopen voor één liedje. Je maakte je eigen verzamelingen en brandde die op een lege cd: de mixtape van de jaren negentig zat voortaan op een schijfje.

Voor artiesten en platenmaatschappijen was het diefstal. De zaak kreeg een gezicht toen Metallica ontdekte dat I Disappear, een nummer voor de film Mission: Impossible 2, al op Napster rondging voordat het officieel was uitgebracht. In april 2000 klaagde de band Napster aan. Drummer Lars Ulrich werd het boegbeeld van de strijd, en veel fans namen het hem kwalijk: een rijke rockband die zijn eigen publiek aanviel. Rapper en producer Dr. Dre spande kort daarna een vergelijkbare zaak aan. Ook de grote platenmaatschappijen stapten samen naar de rechter. Het punt was eenvoudig: hun muziek werd zonder toestemming gratis gedeeld, en niemand betaalde de makers.

Juist die centrale lijst werd Napster fataal. Omdat het bedrijf bijhield wie wat deelde, kon de rechter het verantwoordelijk houden voor wat er via de dienst gebeurde. In juli 2001 ging Napster offline. Het delen ging gewoon door. Opvolgers als Kazaa, LimeWire en later BitTorrent werkten zonder centrale lijst en waren daardoor veel moeilijker stil te leggen. De Amerikaanse platenindustrie begon daarna gewone gebruikers aan te klagen, ook studenten en tieners. Dat leverde vooral slechte pers op. De verkoop van cd's begon te dalen, en zou niet meer herstellen. De industrie had een kopieerbaar product gemaakt en het publiek had het gekopieerd.

Side B · 2001-2025

Nu

Van bezit naar toegang: streaming, algoritmes, TikTok en de vraag wie de opnames eigenlijk bezit.

Track 01 · 2001-2008 · Cupertino en Stockholm

Van iPod tot Spotify

In oktober 2001 presenteerde Apple, gevestigd in Cupertino in Californië, een kleine witte muziekspeler: de iPod. Mp3-spelers bestonden al een paar jaar, maar ze konden weinig nummers bevatten en waren lastig te bedienen. De iPod had een harde schijf en een draaiwiel waarmee je snel door een lange lijst kon bladeren. Steve Jobs presenteerde hem met een zin die het idee samenvatte: duizend nummers in je broekzak. Je hele platenkast paste in je jas.

Die duizend nummers moesten wel ergens vandaan komen. In april 2003 opende Apple de iTunes Store, een winkel waar je legaal muziek kon downloaden voor 99 cent per nummer. De platenmaatschappijen gingen akkoord omdat ze na Napster een legaal alternatief nodig hadden, en omdat de bestanden een kopieerbeveiliging kregen. Belangrijker was iets anders: je kon voortaan één nummer kopen in plaats van een heel album. Het verdienmodel van de cd-boom, waarin je voor één hit het hele album betaalde, viel daarmee uit elkaar. De single kwam terug, maar dan als bestand.

In oktober 2008 startte in Stockholm een dienst die nog een stap verder ging. Spotify, opgericht door Daniel Ek en Martin Lorentzon, verkocht geen nummers meer. Je betaalde voor toegang tot de hele catalogus: gratis met reclame tussen de nummers, of zonder reclame met een maandabonnement. In 2010 kwam Spotify naar Nederland. Andere diensten volgden, zoals Apple Music en Deezer, en ook YouTube werd voor veel mensen de plek om muziek te luisteren. De vraag verschoof van "heb je het?" naar "kun je erbij?". Een verzameling aanleggen was niet meer nodig, want alles was er al.

Daarmee veranderde ook de vorm waarin we muziek horen. De playlist nam de rol over van het album en van de zelfgemaakte mixtape. Dat is ook de vorm van deze reeks: elk hoofdstuk is een mixtape, en de Spotify-playlist achterin is de cassette die je ervan zou opnemen. Maar een groot deel van de playlists wordt niet meer door luisteraars zelf gemaakt. Redacties van streamingdiensten stellen lijsten samen voor elk moment van de dag, en een algoritme kiest mee wat je hoort. Zo'n rekenregel kijkt naar wat jij afspeelt en overslaat, en naar wat mensen met een vergelijkbare smaak beluisteren. Daaruit stelt hij een lijst samen van nummers die je waarschijnlijk ook goed vindt. Wat het algoritme niet kiest, hoort bijna niemand.

Ook de verdeling van het geld veranderde. Een artiest krijgt geen deel van de prijs van een cd meer, maar een bedrag per stream, en dat bedrag is een fractie van een cent. Het geld gaat eerst naar de rechthebbenden: het label dat de opname bezit, de uitgever en de schrijvers. Wat de artiest zelf overhoudt, hangt af van zijn contract. Voor een artiest met miljoenen luisteraars kan dat veel opleveren. Voor een beginnende band is het vaak bijna niets. Een stream telt pas na dertig seconden, en dat heeft de vorm van popnummers veranderd, zoals in Mixtape 12 te lezen is: kortere intro's, de hook vroeg, kortere nummers. Zo raakt de manier waarop muziek wordt verspreid de muziek zelf.

Track 02 · 2018-2019 · Internet

TikTok en het einde van genres

In december 2018 zette een negentienjarige rapper uit Atlanta een nummer online. Hij noemde zich Lil Nas X en had geen platencontract, geen producer en geen studio. De beat had hij online gekocht, voor 30 dollar, via de website BeatStars. De maker was de Nederlandse producer YoungKio, Kiowa Roukema. Die had hem gebouwd op een sample uit 34 Ghosts IV van de Amerikaanse industrialband Nine Inch Nails: een paar tonen op een banjo. Lil Nas X rapte er een verhaal overheen over een cowboy op een paard. Het resultaat heette Old Town Road.

In het nummer hoor je twee werelden. De banjo, de cowboyhoed en het paard komen uit de countrymuziek. De beat komt uit trap, de hiphop uit Atlanta, met een diepe 808-bas en hihats die in snelle roffels ratelen. Daarover rapt en zingt Lil Nas X met een licht nasale stem. Het refrein is kort en makkelijk te onthouden. Het hele nummer duurt nog geen twee minuten.

Het nummer werd groot via TikTok, de app voor korte filmpjes die in 2018 wereldwijd doorbrak. Op TikTok kies je een geluidsfragment en maak je daar een filmpje bij. Begin 2019 verschenen er duizenden filmpjes op Old Town Road. Op het moment dat het refrein inzet, veranderen mensen in een cowboy: ze drinken uit een flesje dat ineens 'yeehaw'-saus blijkt te zijn, of staan plotseling in laarzen en met hoed in beeld. Elk filmpje was reclame voor het nummer, gemaakt door gebruikers zelf. Wie het fragment had gehoord, zocht het op Spotify of YouTube op. Daar telden de streams mee in de hitlijsten.

Toen begon de discussie. Old Town Road kwam in de Amerikaanse countryhitlijst van Billboard terecht. In maart 2019 haalde Billboard het nummer er weer uit: het zou niet genoeg elementen van countrymuziek bevatten. Veel mensen vonden dat vreemd, want er staan nummers in die lijst die verder van country af staan. De vraag die daaronder lag, is oud. Wie bepaalt bij welk genre een zwarte artiest hoort? Al in de jaren twintig verkochten Amerikaanse platenmaatschappijen muziek van zwarte musici apart, als race records, en muziek van witte plattelandsmuzikanten als hillbilly, de voorloper van country. In Mixtape 6 (Fear of a Black Planet) kwam die scheiding al voorbij. Lil Nas X reageerde met een remix, samen met countryzanger Billy Ray Cyrus. Daarmee was de vraag of het country was lastig nog te ontkennen.

De remix werd een van de grootste hits van het streamingtijdperk. Old Town Road stond negentien weken op nummer 1 in de Billboard Hot 100, langer dan welk nummer ook daarvoor. Het verhaal laat zien hoe de muziekindustrie in tien jaar was veranderd. Een onbekende maker kon zonder label een wereldhit hebben, met een beat van 30 dollar van een producer uit Nederland. Een fragment van een paar seconden op een telefoon bepaalde of een nummer aansloeg. En de oude indeling in genres, met aparte hitlijsten, radiozenders en platenbakken voor country, rock, r&b en hiphop, paste niet meer bij de manier waarop mensen luisterden. Op een playlist staan genres zonder moeite naast elkaar. Luisteraars zoeken eerder een stemming dan een genre: iets om bij te werken, te sporten of in slaap te vallen.

Track 03 · 2019-2025 · Overal

De artiest als eigen label

Wie een liedje schrijft en opneemt, maakt eigenlijk twee dingen. Het eerste is het lied zelf: de melodie en de tekst. De rechten daarop heten de publishing, en die liggen bij de schrijver en zijn uitgever. Dat systeem bestaat al sinds Tin Pan Alley, toen schrijvers en uitgevers in New York ASCAP oprichtten (zie Mixtape 12). Het tweede is de opname: de vastgelegde uitvoering, zoals je die op een cd of in een stream hoort. Die originele opname heet de master. Omdat de platenmaatschappij de opname vroeger betaalde, was de master meestal ook van de platenmaatschappij. Een artiest kan dus zijn eigen liedjes schrijven en zingen, en toch geen eigenaar zijn van de opnames.

Hoe groot dat verschil is, bleek in 2019 bij Taylor Swift. Zij tekende als tiener een contract bij Big Machine Records in Nashville. Daar verschenen haar eerste zes albums, waaronder Fearless (2008). In 2018 stapte ze over naar een ander label, met een contract waarin ze de masters van haar nieuwe muziek zelf bezat. De opnames van de oude albums bleven bij Big Machine. In 2019 werd Big Machine verkocht, met alle masters erbij, aan een bedrijf van muziekmanager Scooter Braun. Swift kon haar eigen opnames niet terugkopen. Een jaar later verkocht Braun de masters door aan een investeringsmaatschappij.

Swift had wel de publishing van haar liedjes, omdat ze ze zelf had geschreven. Dat gaf haar een uitweg: ze mocht de nummers opnieuw opnemen. Vanaf 2021 bracht ze haar oude albums opnieuw uit, met de toevoeging Taylor's Version. Het eerste was Fearless (Taylor's Version). De nieuwe opnames zijn bijna noot voor noot nagespeeld, vaak met dezelfde muzikanten. Het grootste verschil is haar stem, die dertien jaar ouder en voller klinkt.

Het plan werkte omdat het om streaming ging. Fans luisterden voortaan naar de nieuwe versies en lieten de oude links liggen. Op playlists werden de oude opnames vervangen door de nieuwe. Wie een nummer van Swift in een film of reclame wilde gebruiken, had voor de oude opname ook haar toestemming als schrijver nodig, en die gaf ze alleen voor de nieuwe. Daardoor werden de oude masters minder waard. In 2025 kocht Swift haar oude masters alsnog terug. Ze had de strijd om haar eigen opnames gewonnen door ze nog een keer te maken.

De vraag wie de muziek bezit, loopt door dit hele boek. In Tin Pan Alley verdienden de uitgevers aan de bladmuziek. Big Mama Thornton nam in 1952 als eerste Hound Dog op, maar het grote geld ging naar de versie van Elvis Presley en naar anderen (zie Mixtape 10). Prince verscheen in de jaren negentig in het openbaar met het woord slave op zijn wang geschreven, uit protest tegen zijn platenmaatschappij Warner, die zijn masters bezat. Het verschil met vroeger is dat een artiest nu een alternatief heeft. Via distributiediensten als DistroKid of TuneCore kan iedereen voor een klein bedrag muziek op Spotify en Apple Music zetten, zonder platenmaatschappij. Wie dat doet, houdt de masters zelf, maar betaalt ook zelf de opname, de clip en de promotie. De artiest wordt zijn eigen label. Voor wie zelf muziek gaat uitbrengen, is dat geen theorie: lees een contract altijd op wie de masters krijgt, en voor hoe lang.

Dit is voorlopig het laatste hoofdstuk van de reeks. Het begon bij bladmuziek en 78-toerenplaten, en eindigt bij een stream die je niet kunt vastpakken. Elke drager veranderde de muziek: de single van drie minuten, het album als geheel, de cd met een hit en tien andere nummers, de stream die na dertig seconden telt, het fragment van een paar seconden op TikTok. Wat bleef, is dat nieuwe muziek op oude muziek voortbouwt. Old Town Road draagt de banjo van de vroege country en de beat van de hiphop uit Atlanta. Wonderwall zou er zonder de Beatles anders uitzien. Blinding Lights klinkt als 1985. Wie goed luistert naar een nummer van vandaag, hoort de eerdere mixtapes erin terug.

Begrippen

Britpop
Britse gitaarpop uit de jaren 90, met de Beatles en de Kinks als voorbeeld
Eurodance
Europese dance met gerapte coupletten en een gezongen refrein
Mp3
Gecomprimeerd audiobestand, ongeveer tien keer kleiner dan een cd-track
Peer-to-peer
Bestanden delen tussen gebruikers onderling, zonder centrale server
Streaming
Muziek afspelen via internet zonder het bestand te bezitten
Algoritme
Rekenregel die bepaalt welke muziek je krijgt aangeboden
Masters
De originele opnames, meestal eigendom van het label
Publishing
De rechten op het lied zelf: melodie en tekst

Verder luisteren en kijken

Foto's via Wikimedia Commons: j bizzie from Minneapolis, USA (CC BY 2.0), Evan-Amos (publiek domein). Platenhoezen: Apple Music.

School of Rock · De geschiedenis van popmuziek · ArtEZ University of the Arts