School of RockSchool of Rock · Mixtape 10
Van Bessie Smith en Sister Rosetta Tharpe tot Björk en Billie Eilish: zangeres, gitarist, songwriter en producer.
Stoppen? Gebruik de knop Sluit de les hierboven: de knop Sluiten in de LessonUp-speler werkt niet binnen deze site. Laadt de les niet? Sluit de les in andere tabbladen of klik op Opnieuw.
De eerste blueshits werden gezongen door vrouwen. De eerste elektrische gitaarsolo's die op rock-'n-roll lijken, werden gespeeld door een vrouw. Het nummer waarmee Elvis Presley in 1956 miljoenen platen verkocht, was drie jaar eerder een nummer 1-hit voor een zwarte zangeres. Toch staan in de meeste geschiedenisboeken over popmuziek vooral mannen.
Dat ligt deels aan wie de geschiedenis opschreef. Muziekjournalisten, platenbazen, producers en de samenstellers van lijstjes met de beste platen aller tijden waren lang bijna allemaal man. Wie een plaat produceerde, werd vaak niet vermeld. Wie een liedje als eerste zong, verdween soms achter de ster die het daarna opnam. Daarom staat deze vraag centraal: waarom kennen we de namen van de mannen die hun liedjes opnamen beter dan de vrouwen die ze eerst zongen?
Het antwoord is geen enkel verhaal, maar een patroon dat steeds terugkomt: in de blues van de jaren twintig, in de soul en bij de singer-songwriters van de jaren zestig en zeventig, en in de studio, waar tot vandaag weinig vrouwen achter de knoppen zitten.
Side A · 1923-1956
Van Bessie Smith en Sister Rosetta Tharpe tot Big Mama Thornton.
Track 01 · 1923 · New York
Wie aan de blues denkt, ziet vaak een man met een akoestische gitaar op een veranda in de Mississippidelta. In Mixtape 1 kwamen die Delta-bluesmuzikanten uitgebreid aan bod. Dat beeld is grotendeels later gevormd, door de folkrevival van de jaren zestig. Jonge, witte platenverzamelaars zochten toen naar 'echte' blues en vonden die in de opnames van mannen als Robert Johnson en Son House. In de jaren twintig zelf zag de blues er anders uit. De bluesplaten die toen het best verkochten, waren van vrouwen.
Die stijl heet classic blues: stedelijke blues, gezongen door een zangeres met een band van piano, blazers en soms een banjo. De zangeressen kwamen uit het theater en de tentshows die door het zuiden van de Verenigde Staten trokken. In 1920 nam Mamie Smith Crazy Blues op, de eerste bluesplaat van een zwarte zangeres. De plaat verkocht zo goed dat platenmaatschappijen begrepen dat er een zwart publiek was dat platen wilde kopen. Ze begonnen aparte series voor dat publiek, de zogenoemde race records. Ma Rainey, de 'Mother of the Blues', zong al jaren in tentshows voordat ze in 1923 haar eerste plaat maakte.
Bessie Smith was de grootste van allemaal. Ze werd geboren in Chattanooga, Tennessee, en trad als tiener al op in een reizende show waarin ook Ma Rainey zong. In 1923 nam ze in New York voor Columbia Downhearted Blues op. De plaat verkocht honderdduizenden exemplaren en hielp de platenmaatschappij, die het financieel moeilijk had, er weer bovenop. Smith werd de best betaalde zwarte artiest van de jaren twintig en kreeg de bijnaam 'Empress of the Blues'.
Wie Downhearted Blues beluistert, hoort hoe platen toen werden gemaakt. Er was nog geen elektrische microfoon. De muzikanten stonden voor een grote hoorn die het geluid rechtstreeks naar een naald leidde, die de groef in de was sneed. Een zangeres moest dus hard en duidelijk zingen, zoals ze gewend was in een tent zonder versterking. Smith had daar de stem voor: krachtig, laag en met een precieze timing.
Haar teksten waren geen braaf repertoire. Ze zong over geld, drank, seks, ontrouwe mannen en vrouwen die het zelf wel redden. In 1925 nam ze St. Louis Blues op met de jonge trompettist Louis Armstrong. Bessie Smith kwam in 1937 om bij een auto-ongeluk in Mississippi. Haar graf bleef ruim dertig jaar zonder steen. In 1970 betaalde Janis Joplin mee aan een grafsteen; op side B komen we haar tegen.
Track 02 · 1938-1964 · New York, Manchester
Rosetta Tharpe groeide op in de kerk. Haar moeder was evangelist in de Church of God in Christ, een pinksterkerk waarin gezongen, geklapt en op instrumenten gespeeld werd. Als klein meisje stond Rosetta al met een gitaar op het podium. Ze speelde niet zoals de meeste gitaristen in die tijd, met akkoorden ter begeleiding, maar met melodielijnen en snelle loopjes, zoals een blazer of een bluesgitarist.
In 1938 nam ze voor Decca haar eerste platen op: gospelliederen, maar met het ritme en de swing van de jazz van die tijd. Ze trad op in de Cotton Club in New York, een nachtclub voor een wit publiek, en tegelijk in kerken. Voor veel gelovigen was dat een probleem: religieuze muziek hoorde niet in een nachtclub. Tharpe deed het toch. In de jaren veertig stapte ze over op de elektrische gitaar. Ze speelde solo's met een vervormd, scherp geluid, jaren voordat Chuck Berry hetzelfde deed.
Strange Things Happening Every Day nam ze in 1944 op met pianist Sammy Price. Het is een gospelnummer, maar wie niet op de tekst let, hoort een rhythm-and-bluesplaat: een stuwende piano, een stem vol energie en een gitaarsolo in het midden. Het nummer kwam in de hitlijst voor zwarte muziek terecht, wat voor een gospelplaat bijzonder was. Het wordt vaak genoemd als een van de eerste rock-'n-roll-platen, tien jaar voordat die term gangbaar werd.
De mannen die in de jaren vijftig de rock-'n-roll groot maakten, kenden haar goed. Elvis Presley, Little Richard, Johnny Cash en Chuck Berry noemden haar later als invloed. Little Richard vertelde dat Tharpe hem als jongen op het podium haalde en betaalde voor zijn optreden.
In mei 1964 speelde Tharpe in Engeland, tijdens een tournee met Amerikaanse blues- en gospelmuzikanten. Voor de televisie werd het optreden opgenomen op een verlaten treinstation in een buitenwijk van Manchester. Tharpe stapte op het perron en speelde Didn't It Rain op een elektrische gitaar, terwijl het regende. In het publiek zaten jonge Britten die een paar jaar later zelf bluesrock zouden maken. De opname is nu een van de bekendste filmpjes van haar.
Na haar dood in 1973 raakte ze grotendeels vergeten. De Rock & Roll Hall of Fame, die vanaf 1986 de belangrijkste namen uit de rockgeschiedenis opneemt, nam haar pas in 2018 op. Bij die gelegenheid werd ze de 'Godmother of Rock and Roll' genoemd. De mannen die haar als voorbeeld noemden, waren toen al ruim dertig jaar lid.
Track 03 · 1952-1956 · Los Angeles
In 1952 waren Jerry Leiber en Mike Stoller nog geen twintig. De twee jonge songwriters uit Los Angeles schreven rhythm-and-blues voor zwarte artiesten. Ze schreven een nummer voor Willie Mae Thornton, die zich Big Mama Thornton noemde. Thornton was een krachtige zangeres die ook drumde en mondharmonica speelde, en ze zong in de revue van bandleider Johnny Otis. Het nummer heette Hound Dog: een rauwe blues waarin een vrouw een man de deur wijst. Hij is een 'hound dog', een man die rondhangt, profiteert en niets bijdraagt.
Thorntons versie verscheen op Peacock Records, een label uit Houston, en werd een grote hit: zeven weken stond Hound Dog op nummer 1 in de r&b-hitlijst. Je hoort een zwaar, slepend ritme, een gitaar die antwoord geeft op de zang, en een stem die spot, gromt en uithaalt. De muzikanten blaffen en joelen op de achtergrond. Het is een nummer over macht in een relatie, en de vrouw heeft de macht.
In 1956 nam Elvis Presley het nummer op. Hij kende het niet van Thornton, maar van een witte showband die het in Las Vegas speelde, met een aangepaste tekst. De 'hound dog' was nu gewoon een hond, die nooit een konijn had gevangen. Elvis maakte er een snel rocknummer van, met harde drums en een gitaarsolo. Zijn versie verkocht miljoenen exemplaren. In Mixtape 2 zagen we hoe Elvis met zulke nummers een jeugdcultuur in beweging zette.
Voor Thornton bleef er weinig over. Voor haar eigen versie kreeg ze ongeveer 500 dollar. De royalty's van een nummer gaan naar de songwriters en de uitgever, niet naar de zangeres die het als eerste opnam. Leiber en Stoller verdienden goed aan het succes van Elvis en schreven daarna nog veel hits voor hem; in Mixtape 12 (De hitfabriek) komen ze terug. Thornton bleef optreden in clubs en op bluesfestivals. Ze schreef zelf ook nummers, waaronder Ball and Chain. Dat nummer werd in 1967 bekend in de versie van Janis Joplin.
Het verhaal van Hound Dog laat een patroon zien dat vaker voorkomt in de popmuziek. Een zwarte artiest neemt een nummer op voor een zwart publiek. Een witte artiest neemt het opnieuw op, voor een veel groter publiek, en dat wordt de versie die iedereen kent. Bij Thornton komt daar nog iets bij: het lied over een vrouw die een man wegstuurt, werd een liedje over een hond.
Side B · 1967-1985
Songwriters, soulzangeressen en rockers: in de jaren zestig en zeventig nemen vrouwen het woord, en het eigen liedje.
Track 01 · 1967-1971 · Los Angeles
In de jaren vijftig en vroege jaren zestig was popmuziek een vak met een strikte taakverdeling. Songwriters schreven liedjes, uitgevers verkochten ze, producers namen ze op en zangers en zangeressen zongen ze. In New York zaten veel van die songwriters in en rond het Brill Building, een kantoorgebouw aan Broadway vol muziekuitgevers. In Mixtape 12 (De hitfabriek) lees je meer over die manier van werken.
Carole King was een van de succesvolste schrijvers uit die wereld. Samen met haar toenmalige man, tekstschrijver Gerry Goffin, schreef ze vanaf 1960 hits voor anderen, zoals Will You Love Me Tomorrow voor The Shirelles en (You Make Me Feel Like) A Natural Woman voor Aretha Franklin. Eind jaren zestig verhuisde ze naar Los Angeles en begon ze haar liedjes zelf te zingen.
Haar album Tapestry (1971) werd een van de best verkochte albums van de jaren zeventig en bleef jarenlang in de Amerikaanse albumlijst staan. Op de plaat staan nieuwe nummers en een paar eerdere hits die ze nu zelf zingt, met haar eigen piano als basis. It's Too Late, over een relatie die voorbij is, laat horen hoe King schreef. De akkoorden zijn majeur-septiemakkoorden, met een zachte, wat weemoedige klank die meer uit de soul en de jazz komt dan uit de rock. Er is geen groot refrein met veel tromgeroffel, maar een rustige groove met piano, bas en een saxofoonsolo.
King hoorde bij een nieuwe groep muzikanten: de singer-songwriters. Ze schreven hun eigen liedjes, zongen ze zelf en vertelden in de eerste persoon over hun eigen leven. Zulke teksten noemen we confessioneel: persoonlijk en autobiografisch, alsof je een dagboek leest. Dat het leven van een vrouw het onderwerp van een popalbum was, en dat zij daar zelf over schreef, was nieuw.
De Canadese Joni Mitchell ging daarin het verst. Ze schreef Both Sides Now in 1967, over hoe je wolken, liefde en het leven eerst ziet als jong mens en later anders. Het nummer werd eerst een hit in de versie van folkzangeres Judy Collins. Mitchell nam het zelf op voor haar tweede album, en in 2000 opnieuw, met een orkest en een stem die in ruim dertig jaar donkerder en lager was geworden. Een lied over terugkijken op je leven klinkt dan heel anders.
Wat Mitchell bijzonder maakt, hoor je vooral in haar gitaarspel. Ze stemde haar gitaar in tientallen verschillende open stemmingen: de snaren worden zo gestemd dat ze los aangeslagen al een akkoord vormen. Daardoor vallen haar vingers op andere plekken dan bij de gewone stemming, en ontstaan akkoorden die andere gitaristen niet snel spelen. Haar liedjes hebben daardoor een eigen, open klank. Haar album Blue (1971) wordt vaak genoemd als hét voorbeeld van het confessionele album.
Later in de jaren zeventig bewoog Mitchell richting jazz. Bassist Jaco Pastorius speelde op haar albums, en ze maakte een plaat met muziek van jazzbassist Charles Mingus. Pianist Herbie Hancock nam in 2007 een heel album met haar liedjes op. Jazzmuzikanten speelden graag met haar, omdat haar harmonieën net zo ongewoon waren als die van henzelf.
Track 02 · 1967-1968 · New York
Aretha Franklin groeide op in Detroit als dochter van C.L. Franklin, een bekende dominee. Ze zong al als kind in zijn kerk, en gospel bleef de basis van haar stem. Begin jaren zestig nam ze voor Columbia platen op die tussen jazz en pop in zaten, zonder groot succes. Eind 1966 stapte ze over naar Atlantic Records. Producer Jerry Wexler liet haar doen waar ze goed in was: soul, met haar eigen pianospel als fundament.
Respect was oorspronkelijk een nummer van Otis Redding uit 1965. In zijn versie komt een man thuis na een dag werken en eist hij respect van zijn vrouw: hij brengt het geld binnen, dus hij wil gewaardeerd worden. Franklin draaide het nummer om. In haar versie is het een vrouw die respect eist, en ze laat er geen twijfel over bestaan door het woord uit te spellen: R-E-S-P-E-C-T.
Wie de twee versies naast elkaar legt, hoort hoeveel er veranderd is. Franklins versie heeft een strakker tempo. Haar zussen Carolyn en Erma zingen de achtergrondkoortjes, met de toevoeging 'sock it to me', die steeds terugkomt als antwoord op de zang. Halverwege klinkt een saxofoonsolo, en op een paar plekken valt de band stil zodat de stem alleen overblijft: stop-time. Een groot deel van wat het nummer herkenbaar maakt, het spellen, de koortjes en de opbouw, kwam van Franklin en haar zussen. Aretha was hier zangeres en arrangeur tegelijk.
Otis Redding zag dat zelf ook: volgens hem had een meisje zijn liedje van hem afgepakt. Respect werd in 1967 een nummer 1-hit in de Verenigde Staten en won twee Grammy's. Het nummer kreeg al snel een betekenis buiten de muziek. Voor de burgerrechtenbeweging was het een lied over zwarte mensen die respect eisten, voor de vrouwenbeweging een lied over vrouwen die hetzelfde deden. Dat het allebei kon, maakte het zo sterk.
Franklin werd de 'Queen of Soul'. Datzelfde jaar nam ze (You Make Me Feel Like) A Natural Woman op, geschreven door Carole King en Gerry Goffin. In 1987 werd ze als eerste vrouw opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.
Track 03 · 1968-1985 · San Francisco, New Jersey, Londen
Eind jaren zestig was San Francisco het centrum van de hippiecultuur en de psychedelische rock (zie Mixtape 2). Janis Joplin kwam uit Port Arthur, een olie-stadje in Texas, waar ze als tiener bluesplaten van onder anderen Bessie Smith draaide. In San Francisco werd ze de zangeres van Big Brother & the Holding Company. Op het Monterey Pop Festival van 1967 zong ze Thorntons Ball and Chain, en daarmee werd ze in één keer bekend.
Piece of My Heart was in 1967 eerst opgenomen door Erma Franklin, de zus van Aretha. Joplin maakte er in 1968 een rocknummer van, met harde, scheurende gitaren. Ze zong niet mooi in de traditionele zin. Ze schreeuwde, kraakte en haalde uit, zoals Big Mama Thornton, haar grote voorbeeld. Voor een witte zangeres in een rockband was dat ongewoon: van zangeressen in de pop werd verwacht dat ze lief en beheerst klonken. Joplin stierf in 1970, op haar 27e. Datzelfde jaar betaalde ze mee aan de grafsteen van Bessie Smith. Zo loopt er een lijn van de blues van de jaren twintig via Thornton naar de rock van de jaren zestig.
Sylvia Robinson begon in de jaren vijftig als zangeres en gitariste in het duo Mickey & Sylvia, dat in 1956 een hit had met Love Is Strange. In 1973 scoorde ze als Sylvia met Pillow Talk, een zwoel soulnummer met gefluisterde en gezuchte zang. Haar belangrijkste werk deed ze achter de schermen. Met haar man Joe Robinson had ze in New Jersey een eigen platenlabel en studio. In 1979 richtten ze Sugar Hill Records op. Sylvia Robinson stelde zelf een groep samen, de Sugarhill Gang, en produceerde Rapper's Delight: de eerste hiphopplaat die een hit werd. In 1982 bracht Sugar Hill The Message uit van Grandmaster Flash and the Furious Five. Ze wordt wel de 'Mother of Hip-Hop' genoemd, maar in de meeste verhalen over het begin van de hiphop (zie Mixtape 6) staat ze in de marge.
De Engelse Kate Bush was negentien toen haar eerste single Wuthering Heights (1978) op nummer 1 kwam in Groot-Brittannië. Ze had het nummer zelf geschreven, naar de roman van Emily Brontë. Ze was daarmee de eerste vrouw in Groot-Brittannië met een nummer 1-hit die ze zelf had geschreven. Bush wilde vanaf het begin zelf bepalen hoe haar muziek klonk. Vanaf The Dreaming (1982) produceerde ze haar albums zelf.
Voor Hounds of Love (1985) werkte ze in een eigen studio bij haar huis, zodat ze kon werken zonder dat een platenmaatschappij meekeek. Ze gebruikte de Fairlight CMI, een van de eerste digitale samplers: een computer waarmee je elk opgenomen geluid op een toetsenbord kunt spelen. In Mixtape 9 (Het instrument) komen zulke apparaten terug. Running Up That Hill is opgebouwd uit weinig onderdelen: een drumpatroon uit een LinnDrum-drumcomputer, een aanhoudende synthesizerpartij uit de Fairlight en haar stem, die op sommige plekken in meerdere lagen over elkaar ligt. Het nummer gaat over de wens om met een geliefde van plaats te ruilen, om te begrijpen hoe het voor de ander is.
In 2022 werd het nummer gebruikt in de Netflix-serie Stranger Things. Een nieuwe generatie luisteraars ontdekte het, en ruim 35 jaar na de eerste uitgave stond Running Up That Hill opnieuw op 1, nu ook in de Britse hitlijst. Het nummer klonk niet als iets van 1985, misschien juist omdat Bush het zelf had gemaakt en niet de productiemode van dat jaar volgde.
Side C · 1963-2019
Van Delia Derbyshire tot Björk en Missy Elliott: wie maakt het geluid? Over producers, technici en controle.
Een zangeres is zichtbaar. Ze staat op de hoes, in de videoclip en op het podium. Maar wie bepaalt hoe een plaat klinkt? Dat is de producer: degene die de opname leidt, kiest welke instrumenten en geluiden er komen, en beslist wanneer een nummer af is. Juist in die rol, en in die van technicus, zijn vrouwen tot vandaag zeldzaam.
Het USC Annenberg Inclusion Initiative, een onderzoeksgroep van de University of Southern California, telt elk jaar wie er achter de populairste Amerikaanse hits uit de Billboard Hot 100 zit. Van de producers achter die hits tussen 2012 en 2024 was maar een paar procent een vrouw. Bij de artiesten was ongeveer één op de drie een vrouw, bij de songwriters ongeveer één op de zeven. De percentages verschuiven per jaar een beetje, maar de verhouding blijft vergelijkbaar. Hoe verder van het podium, hoe minder vrouwen. De vrouwen op deze side doorbraken dat patroon, en kregen daar lang niet altijd de erkenning voor.
Track 01 · 1963-1968 · Londen, New York
Het verhaal van Delia Derbyshire staat uitgebreid in Mixtape 8 (Elektronische muziek). Kort samengevat: in 1963 maakte zij bij de BBC Radiophonic Workshop de herkenningsmelodie van Doctor Who. Componist Ron Grainer had de melodie geschreven, maar Derbyshire bedacht hoe die moest klinken en bouwde hem noot voor noot op uit oscillatoren, ruis en stukjes tape. Grainer wilde haar als medecomponist laten vermelden. De BBC weigerde, omdat de medewerkers van de Workshop anoniem bleven. Pas na haar dood in 2001 kreeg ze brede erkenning.
In de Verenigde Staten werkte Wendy Carlos eind jaren zestig nauw samen met Robert Moog, de bouwer van de Moog-synthesizer. Ze gaf hem advies over het ontwerp en was een van de eersten die het apparaat echt als muziekinstrument bespeelde. Voor Switched-On Bach (1968) speelde ze stukken van Johann Sebastian Bach op de Moog. Dat was veel werk. De Moog was monofoon: hij kon maar één toon tegelijk spelen. Carlos speelde daarom elke stem apart in op een meersporenrecorder en legde de opnames daarna over elkaar. Het album werd een groot succes, won drie Grammy's en liet een breed publiek horen dat een synthesizer meer was dan een geluidseffect.
Carlos maakte daarna onder meer de muziek voor de films A Clockwork Orange (1971) en The Shining (1980) van Stanley Kubrick. De eerste uitgaven van haar albums droegen nog haar oude, mannelijke naam. In 1979 vertelde ze in een interview dat ze een transvrouw is.
Derbyshire en Carlos hebben iets gemeen. Ze maakten elektronische muziek op een moment dat dat vak nog geen naam had. Een woord als 'elektronisch producer' bestond niet; wat zij deden heette techniek, en techniek gold niet als kunst. Hun werk werd jarenlang aan anderen toegeschreven of afgedaan als knutselen met apparaten. Pas later werd duidelijk hoeveel van de elektronische muziek die volgde (zie Mixtape 8) op hun werk voortbouwde.
Track 02 · 1991-2001 · Olympia, Reykjavík, New York
Begin jaren negentig ontstond in Olympia, een kleine stad in de staat Washington, een feministische punkbeweging: riot grrrl. Bands als Bikini Kill, met zangeres Kathleen Hanna, en Bratmobile vonden dat de punkscene net zo'n mannenwereld was geworden als de rest van de muziekindustrie. Vooraan bij het podium stonden jongens die ruw dansten, en meisjes werden naar achteren gedrukt. Hanna riep tijdens optredens 'girls to the front': meisjes naar voren.
Riot grrrl was meer dan muziek. De bands en hun fans maakten eigen fanzines, zelfgekopieerde tijdschriftjes, en brachten hun platen uit op kleine, onafhankelijke labels. Ze maakten hun eigen regels, in de lijn van de doe-het-zelfcultuur van de punk. Rebel Girl van Bikini Kill gaat over een meisje dat de zangeres bewondert om haar lef. Muzikaal is het eenvoudig: een paar akkoorden, een harde drum en een tekst die je kunt meeschreeuwen. Kathleen Hanna was bevriend met Kurt Cobain van Nirvana. Zij schreef de zin 'Kurt smells like Teen Spirit' op zijn muur, die hij later gebruikte voor een songtitel.
De IJslandse Björk zong in de jaren tachtig in de band The Sugarcubes en ging in 1993 solo. Ze schrijft, arrangeert en produceert haar albums zelf, samen met steeds andere producers en elektronische muzikanten. Hyperballad (1995), van het album Post, combineert strijkers met een beat uit de rave en de techno. Het lied gaat over iemand die elke ochtend vroeg opstaat en spullen van een klif gooit, om daarna rustig terug te kunnen gaan naar haar geliefde.
Toch schreven journalisten haar muziek vaak toe aan de mannen met wie ze samenwerkte. In 2015 vertelde Björk in een interview met de muzieksite Pitchfork dat ze voor haar album Vespertine (2001) ongeveer 80 procent van de beats zelf had gemaakt, maar dat het elektronische duo Matmos, dat aan het album had meegewerkt, er vaak alle eer voor kreeg. Een vrouw die zingt, wordt gezien als zangeres. Dat ze ook achter de computer zit, wordt makkelijk over het hoofd gezien.
In de hiphop speelde hetzelfde. Lauryn Hill werd bekend als zangeres en rapper van The Fugees. In 1998 bracht ze haar enige studioalbum als soloartiest uit: The Miseducation of Lauryn Hill. Ze schreef, zong, rapte en produceerde het. Doo Wop (That Thing) combineert koortjes in de stijl van de doo-wop uit de jaren vijftig met blazers, een soulgroove en een rap. In de tekst waarschuwt ze vrouwen én mannen voor relaties waarin het alleen om 'that thing' gaat. Het album won in 1999 vijf Grammy's, waaronder die voor album van het jaar; het was het eerste hiphopalbum dat die prijs won. Over de credits ontstond wel een conflict: een groep muzikanten die aan het album had meegewerkt, stapte naar de rechter omdat ze vonden dat ze te weinig werden vermeld. De zaak werd buiten de rechtbank geschikt.
Missy Elliott uit Portsmouth, Virginia, schreef eerst nummers voor anderen, onder wie de zangeres Aaliyah. Samen met haar jeugdvriend, producer Timbaland, maakte ze vanaf 1997 eigen albums. Ze schreef en produceerde mee, en ook haar videoclips, met vreemde kostuums en visuele effecten, waren anders dan alles in de hiphop. Get Ur Freak On (2001) is gebouwd op een kort, steeds herhaald motief op de tumbi, een eensnarige luit uit de Punjab, met tabla's en een Japanse uitroep aan het begin. Zo klonk de futuristische hiphop van de jaren 2000. In 2019 werd Elliott als eerste vrouwelijke rapper opgenomen in de Songwriters Hall of Fame.
Track 03 · 1997-2019 · Nederland, Verenigde Staten
In Nederland brak in 1997 een jonge zangeres uit Den Haag door met een rocknummer in het Engels: Anouk, met Nobody's Wife. Het nummer werd een grote hit en wordt nog altijd op de radio gedraaid. Anouk zong rauw en zelfverzekerd, en ze had een eigen houding: ze zei wat ze dacht, in interviews en op het podium. In 2013 vertegenwoordigde ze Nederland op het Eurovisie Songfestival met Birds. Meer over de Nederlandse popgeschiedenis lees je in Mixtape 11 (Nederpop).
Beyoncé begon eind jaren negentig in de meidengroep Destiny's Child en werd daarna een van de grootste popsterren ter wereld. Met Lemonade (2016) deed ze meer dan zingen. Het album verscheen samen met een film van ongeveer een uur, een 'visueel album', waarin elk nummer beelden kreeg. Beyoncé werkte mee aan de regie, het beeld en het concept. De muziek loopt van blues en country tot rock en hiphop. Het album gaat over ontrouw, maar ook over zwarte vrouwen, hun moeders en grootmoeders, en de geschiedenis van het zuiden van de Verenigde Staten.
Formation, het slotnummer van het album, verscheen in februari 2016, een dag voordat Beyoncé het live zong tijdens de rustshow van de Super Bowl. De beat is trap, een hiphopstijl uit het zuiden van de Verenigde Staten met snelle hi-hats en een zware 808-bas. In de clip zie je beelden van New Orleans na de orkaan Katrina. In de tekst zingt ze trots over haar familie uit Alabama en Louisiana. Zo werd het nummer een politiek statement, uitgebracht op het moment dat een groot deel van Amerika keek.
Billie Eilish en haar broer Finneas O'Connell namen haar debuutalbum When We All Fall Asleep, Where Do We Go? (2019) op in Finneas' slaapkamer in het ouderlijk huis in Los Angeles. Er kwam geen grote studio aan te pas. bad guy werd een nummer 1-hit in de Verenigde Staten. Het nummer klinkt anders dan de meeste hits: Eilish zingt zacht, bijna fluisterend, dicht op de microfoon. Daaronder liggen een diepe synthesizerbas, een droge beat en een vingerknip. Een groot refrein om mee te zingen ontbreekt, en aan het eind slaat het nummer om naar een heel ander, traag stuk. In 2020 won Eilish de vier belangrijkste Grammy's in één keer: voor album, plaat en nummer van het jaar en als beste nieuwe artiest.
Het verhaal van Eilish laat een verandering zien die voor iedereen geldt. Met een laptop, een goede microfoon en software kan iemand thuis een complete plaat maken: zo iemand heet een bedroom producer. De drempel naar productie wordt daarmee lager, ook voor vrouwen die in de traditionele studio's weinig kansen kregen. Of dat genoeg is, laten de cijfers van Annenberg zien: achter de grootste hits zitten nog altijd bijna alleen mannelijke producers.
Kijk je terug naar Bessie Smith, dan is het patroon duidelijk. Vrouwen stonden vanaf het begin vooraan in de popmuziek, als zangeres en als vernieuwer. Maar de credits, het geld en de plek in de geschiedenisboeken gingen vaak naar anderen: naar de songwriters van Hound Dog, naar de mannen die Tharpe als voorbeeld noemden, naar Matmos in plaats van Björk. Wie de geschiedenis van de popmuziek wil kennen, luistert daarom niet alleen naar wie er zingt, maar vraagt ook wie het nummer schreef, wie het arrangeerde en wie aan de knoppen zat.
Alle nummers uit dit hoofdstuk, in de volgorde van de tekst. Scan de code met je telefoon.
open.spotify.com/playlist/3Lge4JJm335gYjOL8bQtDu
Mixtape 10: Vrouwen in de popmuziek
De les bij dit hoofdstuk, met beeld en fragmenten.