School of RockSchool of Rock · Mixtape 4
Van psychedelica tot Mumford & Sons: hoe rock veertig jaar de popmuziek domineerde, en waarom dat stopte (1965-2010).
Stoppen? Gebruik de knop Sluit de les hierboven: de knop Sluiten in de LessonUp-speler werkt niet binnen deze site. Laadt de les niet? Sluit de les in andere tabbladen of klik op Opnieuw.
Een paar seconden is genoeg. Het riff van Smoke on the Water van Deep Purple (1972) herken je na drie akkoorden, All Right Now van Free (1970) na een paar slagen op de gitaar, Thunderstruck van AC/DC (1990) na de eerste tonen die Angus Young op één snaar speelt. Veertig jaar lang was rock de muziek die de hitlijsten, de radio en de stadions vulde. Rock was pop. Daarna werd het stil.
Rock heeft brede wortels: rhythm-and-blues, rock-'n-roll, country, jazz, blues en soul. De kernbezetting is een band met slag- en sologitaar, basgitaar, drums en zang, vaak aangevuld met toetsen: eerst het orgel, later de synthesizer. De gitaren zijn versterkt en vervormd met distortion en fuzz. De bouwsteen is het riff, een kort, herhaald motief dat in rock vaak de hook is, het deel dat blijft hangen. In een popsong is dat meestal de zangmelodie. Vanaf de late jaren zestig kwam daar iets bij: het album en de band als eenheid, niet meer de losse single. Daarna viel rock uiteen in tientallen subgenres. Wat hebben die nog gemeen? Dat is de vraag die in dit hoofdstuk steeds terugkomt: wat maakt iets rock: het geluid, de bezetting, de houding of het album?
Deze mixtape is een keuze. Wie zijn favoriete band mist, heeft een goed begin van een discussie, zolang hij kan uitleggen waarom die band erin hoort. Een tweede draad loopt door het verhaal heen: moet een artiest meebewegen met de stijl die op dat moment populair is? Sommige rockbands deden dat met succes, andere weigerden. Het antwoord op die vraag verklaart voor een deel waarom rock na 2010 geen pop meer was.
Side A · 1965-1970
Album-oriented rock, hoezen en de psychedelische jaren 60.
Liner notes · 1965-1980
Tot halverwege de jaren zestig draaide de popmuziek om de single: een plaatje van twee à drie minuten met een A-kant en een B-kant. Albums waren vaak een verzameling hits aangevuld met opvulnummers. Dat veranderde in de tweede helft van het decennium. In de Verenigde Staten begonnen radiostations op de FM-band hele albumkanten te draaien in plaats van alleen hitsingles. Dat format kreeg later de naam AOR: album-oriented rock.
Voor rockbands betekende dat vrijheid. Een nummer hoefde niet meer in drie minuten te passen, er was ruimte voor lange solo's en voor experimenten in de studio. Het album werd een kunstwerk: de hoes, de volgorde van de nummers, de overgangen ertussen en soms een verhaal of concept dat alles samenbond. Rock verkocht vanaf dat moment meer albums dan singles. De LP was het verdienmodel van de muziekindustrie, en zou dat tot ver in de jaren negentig blijven.
Hoe belangrijk de hoes werd, blijkt uit het feit dat je veel ervan herkent zonder de muziek te kennen. Het prisma op The Dark Side of the Moon van Pink Floyd (1973) kwam van de Britse ontwerpstudio Hipgnosis van Storm Thorgerson. De vier Beatles op het zebrapad voor de studio in Londen, op Abbey Road (1969), werden gefotografeerd door Iain Macmillan. Annie Leibovitz maakte de foto van Bruce Springsteen voor de Amerikaanse vlag op Born in the U.S.A. (1984). En de zwemmende baby op Nevermind van Nirvana (1991) is zo bekend dat het beeld eindeloos is nagemaakt, zelfs in LEGO. Een goede hoes vertelt wat je kunt verwachten voordat de naald de plaat raakt.
Track 01 · 1965-1970 · Londen, San Francisco, New York
In 1967 klonk rock ineens heel anders dan twee jaar eerder. Bands lieten zich inspireren door Indiase muziek, door de klassieke avant-garde en door drugs als lsd. Je hoort het aan drie dingen: drones (één lang aangehouden toon of akkoord waarboven de muziek beweegt), modale klanken die niet in gewoon majeur of mineur passen, en studio-effecten die de klank van de instrumenten vervormen. De muziek werd psychedelisch genoemd, naar het Griekse woord voor 'zichtbaar makend wat in de geest zit'.
The Doors uit Los Angeles sloten hun debuutalbum (1967) af met The End, een nummer van elf minuten. Het draait om een raga-achtige drone in D. De band had geen bassist: Ray Manzarek speelde de baslijnen op het orgel. Zanger Jim Morrison declameert meer dan hij zingt. Hetzelfde jaar verscheen Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles, met daarop Lucy in the Sky with Diamonds. Het couplet staat in een driekwartsmaat, het refrein in een vierkwartsmaat, en de stem van John Lennon klinkt alsof hij door een draaiende luidspreker komt: een Leslie-speaker, eigenlijk bedoeld voor het hammondorgel. Over deze plaat en de studiotechnieken van de Beatles gaat Mixtape 3 verder.
In Londen speelde Pink Floyd in clubs waar lichtshows op de band werden geprojecteerd. Astronomy Domine opent het debuutalbum The Piper at the Gates of Dawn (1967). Gitarist en zanger Syd Barrett schreef een chromatische akkoordenreeks, akkoorden die steeds een halve toon verschuiven, en zette echo op zijn gitaar. De Amerikaan Jimi Hendrix was in 1966 naar Londen gekomen en vormde daar met twee Britse muzikanten de Jimi Hendrix Experience. Purple Haze begint met een tritonus, het interval dat in de middeleeuwen als 'duivels' gold. Daarna klinkt een akkoord dat zo met hem verbonden raakte dat gitaristen het het 'Hendrix-akkoord' noemen: E7♯9, een dominantakkoord met een verhoogde noot erin, groot en klein tegelijk.
In San Francisco was 1967 de Summer of Love, en Jefferson Airplane was een van de bands van die scène. In White Rabbit zingt Grace Slick over het konijn uit Alice in Wonderland. Het nummer is gebouwd als de Boléro van Ravel: een marsritme dat steeds luider wordt, met een Spaanse, Frygische klank. Deze hardere, op drugs gerichte variant heet ook wel acid rock. Ook bands die bekendstonden om rauwe rhythm-and-blues gingen mee. The Rolling Stones maakten in 1967 Their Satanic Majesties Request, met daarop She's a Rainbow: mellotron-strijkers en piano van sessiemuzikant Nicky Hopkins. Het zijn de Stones in hun Sgt. Pepper-periode, en de critici vonden het niet overtuigend. Het was een eerste voorbeeld van een band die meebeweegt met de mode.
Cream, het trio van gitarist Eric Clapton, bassist Jack Bruce en drummer Ginger Baker, bracht de blues naar de grote zalen. In White Room (1968) staat het intro in een vijfkwartsmaat en gebruikt Clapton het wah-wahpedaal, waarmee hij de klank van zijn gitaar laat 'praten'. Bluesrock, met lange solo's en harde versterkers, werd de basis van de hardrock van de jaren zeventig.
In New York ontstond een heel ander geluid. The Velvet Underground van Lou Reed en John Cale werd begeleid door de kunstenaar Andy Warhol, die de hoes met de banaan ontwierp voor The Velvet Underground & Nico (1967). Cale had in de avant-garde gewerkt bij de componist La Monte Young, die met lange, aangehouden tonen werkte. In Venus in Furs speelt hij elektrische altviool: een drone vol dissonanten. Het album verkocht in eerste instantie slecht, maar beïnvloedde later punk, postpunk en alternatieve rock. Zo laat het eind van de jaren zestig al zien wat rock zou worden: een familie van subgenres, met aan de ene kant de hitparade en aan de andere kant de kunstacademie.
Side B · 1970-1980
Symfonisch, zuidelijk, hard, zacht, glam, kraut, punk en disco: rock valt uiteen in subgenres.
Track 01 · 1970-1977 · Engeland en de VS
In de jaren zeventig groeide rock uit tot de grootste muziekstroming ter wereld. Bands vulden stadions en verkochten miljoenen albums. Tegelijk viel het genre uiteen in subgenres die elk een eigen publiek kregen. Je herkent ze niet aan de kleding of aan de hoes, maar aan wat je hoort: de maatsoort, het riff, de bezetting, het ritme, de vorm.
Een deel van de muzikanten keerde terug naar de wortels van Amerikaanse muziek. The Rolling Stones namen voor Sticky Fingers (1971) het akoestische Wild Horses op, met een duidelijke countryinvloed. Die kwam van Gram Parsons, een Amerikaanse countryzanger die in die jaren met de band optrok. Crosby, Stills, Nash & Young brachten de folkrock van Californië. In Our House (1970), dat Graham Nash schreef over zijn leven met Joni Mitchell, zingen drie en vier stemmen in close harmony: dicht op elkaar liggende samenzang. Eagles uit Los Angeles mengden rock met country. Hotel California (1977) loopt over een akkoordenreeks in mineur (Bm-F♯-A-E-G-D-Em-F♯) en eindigt met twee gitaren die samen een solo spelen, in harmonie.
In het zuiden van de VS ontstond southern rock. Lynyrd Skynyrd kwam uit Jacksonville in Florida. Sweet Home Alabama (1974) was een antwoord op twee nummers van de Canadees Neil Young, die kritiek had op racisme in het zuiden. Muzikaal is het riff interessant: D-C-G, steeds beginnend op de vierde trap van de toonsoort. Daardoor klinkt het mixolydisch, een toonladder die je veel hoort in blues en country.
Aan de andere kant van het spectrum stond symfonische rock, die zich spiegelde aan klassieke muziek. Het titelnummer van Close to the Edge (1972) van Yes vult een hele albumkant: achttien minuten in vier delen, opgebouwd als een sonatevorm. Hier wordt de AOR van side A tot het uiterste doorgevoerd. Een single was dit niet meer, en dat hoefde ook niet.
De hardrock kwam voort uit de bluesrock van Cream. Led Zeppelin werd in 1968 in Londen opgericht door gitarist Jimmy Page. Stairway to Heaven (1971), van het album zonder titel dat Led Zeppelin IV wordt genoemd, begint met blokfluiten en akoestische gitaar en groeit in acht minuten naar een harde climax. Deep Purple ging nog verder. In Child in Time (1970) speelt Jon Lord hammondorgel en schreeuwt zanger Ian Gillan tot in het fluitregister, het hoogste register van de stem. Samen met Black Sabbath legde Deep Purple de basis voor heavy metal. Twee jaar later schreef de band Smoke on the Water, over de brand in het casino van Montreux tijdens een concert van Frank Zappa in 1971. Het riff in kwarten (g-bes-c) werd het eerste dat beginnende gitaristen leren.
Fleetwood Mac koos voor de zachte kant. Het album Rumours (1977) werd opgenomen terwijl de relaties binnen de band uit elkaar vielen, en dat hoor je in de teksten. Go Your Own Way schreef gitarist Lindsey Buckingham over zijn breuk met zangeres Stevie Nicks, die in dezelfde band zat. Drummer Mick Fleetwood speelt het drumpatroon als het ware 'verkeerd om', met de accenten op onverwachte plekken. Softrock als deze, met gladde productie en sterke zangmelodieën, lag dicht bij pop. Rumours werd een van de best verkochte albums ooit.
Track 02 · 1972-1979 · Londen, Düsseldorf, New Jersey
Rond 1972 kreeg rock een theatrale kant. In de glamrock waren kostuums, make-up en een podiumpersonage net zo belangrijk als de muziek. David Bowie ging het verst. Op The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972) bedacht hij een personage, een rockster uit de ruimte, en vervolgens werd hij dat personage, op het podium en daarbuiten. Het album vertelt het verhaal van Ziggy's opkomst en ondergang. Bowie liet zien dat rock een rol kon zijn, en dat een artiest zichzelf steeds opnieuw kon uitvinden.
Progressieve rock, kortweg prog, maakte het album tot een compositie. The Dark Side of the Moon van Pink Floyd (1973) is één doorlopend werk over druk, geld, tijd en waanzin, waarin nummers in elkaar overlopen. Money staat in een zevenkwartsmaat, en het ritme wordt gemaakt door een tapelus met kassageluiden: munten, een kassala, een scheurend papiertje. Tijdens de gitaarsolo schakelt de band naar een gewone vierkwartsmaat. Het album bleef jarenlang in de Amerikaanse albumlijst staan.
Queen combineerde alles in één nummer. Bohemian Rhapsody (1975), van het album A Night at the Opera, begint als ballad, gaat over in een opera-sectie waarvoor de stemmen zo'n 180 keer over elkaar heen werden opgenomen, wordt dan hardrock en eindigt in een rustige coda. Een refrein heeft het nummer niet. Toch werd het een nummer-1-hit in Engeland. Je kunt het opera- of artrock noemen. Jazzrock is iets anders: Steely Dan, het duo van Walter Becker en Donald Fagen, gebruikte jazzakkoorden in popsongs. Op Peg (1977), van het album Aja, klinken zogeheten mu-akkoorden, met een toegevoegde secunde. De band nam op met de beste sessiemuzikanten die er te krijgen waren.
In New Jersey werkte Bruce Springsteen aan het tegendeel van al dat studiovernuft: rock over gewone mensen, werk, auto's en de droom om weg te komen. Dat heet heartland rock. Voor Born to Run (1975) bouwde hij een geluid naar voorbeeld van de 'wall of sound' van producer Phil Spector uit de jaren zestig: lagen gitaren, piano, orgel, saxofoon en glockenspiel die samen één muur van klank vormen.
In West-Duitsland zochten bands naar een eigen geluid, los van de Amerikaanse en Britse rock. Engelse journalisten noemden dat krautrock. Neu! werd opgericht door Michael Rother en Klaus Dinger, die kort bij Kraftwerk hadden gespeeld. Hallogallo (1972) draait om de motorik-beat: een eindeloos, stoïcijns 4/4-ritme zonder fills, als een auto die met constante snelheid over de snelweg rijdt. Die beat zou later terugkomen in postpunk, in elektronische muziek en bij bands als Radiohead. In Mixtape 8 (Elektronische muziek) staat het verhaal van Kraftwerk.
Halverwege de jaren zeventig vonden veel jongeren rock te groot, te lang en te duur geworden. Punk was het antwoord: korte nummers, drie akkoorden en een houding van 'dat kan ik ook'. In Londen bracht manager Malcolm McLaren de Sex Pistols bij elkaar, met zanger Johnny Rotten. Hun eerste single Anarchy in the UK (1976) is een muur van dubbel opgenomen gitaren. Over de punkscene als jeugdcultuur lees je meer in Mixtape 2.
The Clash begon als punkband, maar liet al snel horen dat punk geen vaste stijl hoefde te zijn. Op het dubbelalbum London Calling (1979) mengt de band punk met reggae, ska, rockabilly en soul. De hoes, met bassist Paul Simonon die zijn basgitaar op het podium kapotslaat, citeert met de roze en groene letters het eerste album van Elvis Presley. Het eind van de jaren zeventig is daarmee ook het eind van punk als één stijl.
Track 03 · 1977-1980 · New York, Londen, Manchester
Eind jaren zeventig was disco de populairste muziek in Amerika en Europa. Rockbands moesten kiezen: meebuigen met disco, of juist helemaal niet. Een flink aantal koos voor meebuigen, en scoorde daarmee de grootste hit uit hun carrière.
Kiss, de band uit New York met de geschminkte gezichten, legde in I Was Made for Lovin' You (1979) een four-on-the-floor onder een hardrockband: een bassdrum op elke tel, het fundament van disco. The Rolling Stones namen Miss You (1978) op voor het album Some Girls. De baslijn springt in octaven heen en weer zoals in disco, Mick Jagger zingt deels in falset en een mondharmonica speelt de melodie. Rod Stewart, die bekendstond als rauwe rockzanger, maakte met Da Ya Think I'm Sexy? (1978) een discoplaat met synthesizers en strijkers: de rockster werd discoster.
Queen deed het in 1980 met Another One Bites the Dust. Bassist John Deacon schreef het basriff, geïnspireerd door de discogroep Chic. Het nummer werd in Amerika een nummer-1-hit, ook in de zwarte radiozenders. Niet iedereen was er blij mee. In juli 1979 werden tijdens een honkbalwedstrijd in Chicago, op de zogeheten Disco Demolition Night, discoplaten opgeblazen. 'Disco sucks' was de leus van een deel van het witte rockpubliek. Hier speelt de vraag uit de inleiding: moet je je aanpassen aan wat populair is? De bands die het deden, hadden er hits mee. Een deel van hun fans vond het verraad.
Ondertussen gingen de muzikanten die door punk waren geraakt verder in een andere richting. Postpunk hield de energie en de doe-het-zelfhouding van punk, maar liet de drie akkoorden los. Joy Division kwam uit Manchester en bracht zijn platen uit op het lokale label Factory. Op She's Lost Control, van het album Unknown Pleasures (1979), maakte producer Martin Hannett de drums droog en bijna mechanisch. De bas speelt de melodie, de gitaar zorgt voor kleur. Na de dood van zanger Ian Curtis in 1980 ging de band verder als New Order, en schoof het geluid naar de elektronische dansmuziek.
Talking Heads speelde in New York in punkclub CBGB, maar klonk heel anders dan de Sex Pistols. Zanger David Byrne en de andere leden hadden elkaar ontmoet op de kunstacademie. Psycho Killer (1977) staat op een minimalistische baslijn van vier noten (A-G-F-G), en de tekst is deels in het Frans. Talking Heads liet zien dat rock ook nerveus, ironisch en dansbaar kon zijn, en zou zich in de jaren tachtig steeds meer richten op funk en Afrikaanse ritmes.
Side C · 1980-1989
Stadions, metal, gothic en de alternatieve underground.
Track 01 · 1980-1989 · Los Angeles, Londen, Toronto
Op 1 augustus 1981 begon in de Verenigde Staten MTV, een televisiezender die de hele dag videoclips uitzond. Vanaf dat moment moest een rockband er ook goed uitzien. Het decennium werd het tijdperk van de stadionrock: grote shows, grote kapsels en een productie die op de radio net zo goed klonk als in een arena. Over de popmuziek van de jaren tachtig in bredere zin gaat Mixtape 7.
Glam metal was daar het duidelijkste voorbeeld van. Bon Jovi uit New Jersey scoorde met You Give Love a Bad Name (1986) van het album Slippery When Wet. Het nummer is geschreven samen met Desmond Child, een songwriter van buiten de band. Het is een popsong in hardrockkleren: een refrein dat iedereen kan meezingen, met vervormde gitaren eromheen. Ook Survivor deed dat met Eye of the Tiger (1982), de titelsong van de film Rocky III: arena-rock op filmformaat.
Van Halen uit Pasadena in Californië had met gitarist Eddie Van Halen een van de invloedrijkste gitaristen van zijn generatie. Juist hij speelde het riff van Jump (1984) op een synthesizer, een Oberheim OB-Xa, in plaats van op de gitaar. Voor een deel van de fans was dat verraad. Jump werd de grootste hit van de band en de enige nummer 1 in Amerika. Opnieuw dezelfde vraag: aanpassen of trouw blijven?
Arena rock en AOR klonken in de jaren tachtig vooral glad en verzorgd. Toto bestond uit sessiemuzikanten uit Los Angeles die ook op platen van anderen speelden, onder meer op Thriller van Michael Jackson. In Africa (1982) speelt drummer Jeff Porcaro een lichte shuffle, een huppelend ritme. Foreigner maakte met I Want to Know What Love Is (1984) een powerballad: een langzame, emotionele rocksong die naar een luide climax groeit. Aan het eind zingt een gospelkoor mee. Het Canadese trio Rush hield de progressieve rock levend. Tom Sawyer (1981), van het album Moving Pictures, heeft maatwisselingen, met een middenstuk in zevenachtste, en een synthesizer die lijkt te ademen.
Heavy metal werd harder en sneller. In Engeland ontstond rond 1980 de New Wave of British Heavy Metal, kortweg NWOBHM. Iron Maiden was de bekendste band. Run to the Hills (1982), van het album The Number of the Beast, gaat over de verovering van Noord-Amerika op de oorspronkelijke bewoners. Bas en drums spelen een galopritme, en twee gitaren spelen dezelfde melodie in tertsen naast elkaar. In Californië maakte Metallica thrash metal: nog sneller, met downpicking, waarbij de gitarist elke snaar alleen met een neerwaartse slag aanslaat. Master of Puppets (1986) heeft maatwisselingen en een middenstuk dat bijna klassiek klinkt. Kort na het verschijnen van het album kwam bassist Cliff Burton om bij een busongeluk tijdens een tournee in Zweden.
Uit de postpunk groeide gothic rock. The Cure, de band van zanger Robert Smith, staat met A Forest op het album Seventeen Seconds (1980). De gitaar klinkt door een chorus-effect, dat de toon verdubbelt en laat zweven. De bas speelt een ostinato, een motief dat steeds terugkomt, en alles baadt in galm. Het nummer gaat over iemand die in een bos een stem volgt en verdwaalt. De zwarte kleding en het donkere haar van Smith werden het uniform van een nieuwe jeugdcultuur, de gothics.
Track 02 · 1983-1989 · Dublin, Athens (Georgia), New York
Naast de stadions groeide in de jaren tachtig een tweede rockwereld. Die draaide niet op MTV en grote platenmaatschappijen, maar op kleine labels, clubs en universiteitsradio. Hij kreeg de naam alternatieve rock, of in Amerika college rock. Het grootste muzikale verschil met glam metal: minder virtuoze solo's, een minder gladde productie en eigen nummers in plaats van liedjes van ingehuurde songwriters.
U2 kwam uit Dublin. Sunday Bloody Sunday, van het album War (1983), is een protestlied over het geweld in Noord-Ierland. De titel verwijst naar 30 januari 1972, toen Britse soldaten in Derry demonstranten doodschoten. Drummer Larry Mullen Jr. speelt een militair patroon op de snare, en er klinkt een viool. U2 begon als alternatieve band en groeide na het optreden op Live Aid in 1985 uit tot een van de grootste stadionbands ter wereld.
R.E.M. kwam uit Athens, een universiteitsstad in de Amerikaanse staat Georgia. De band werd groot via de radiostations van universiteiten, die de muziek draaiden die commerciële zenders lieten liggen. It's the End of the World as We Know It (And I Feel Fine) (1987), van het album Document, is een woordenstroom in hoog tempo, waarin zanger Michael Stipe beelden en namen achter elkaar afvuurt.
Dire Straits van gitarist Mark Knopfler stond met één been in beide werelden. Het album Brothers in Arms (1985) was een van de eerste volledig digitaal opgenomen albums en werd een van de eerste albums die op cd beter verkochten dan op vinyl. In Money for Nothing zingt Sting mee met de regel 'I want my MTV'. De tekst kijkt spottend naar het leven van een rockster door de ogen van iemand die in een winkel televisies sjouwt. De clip, met computeranimatie, was de eerste die MTV Europe uitzond, in 1987.
Living Colour uit New York was een zwarte rockband in een genre dat in de jaren tachtig vooral wit was geworden. Gitarist Vernon Reid hoorde bij de Black Rock Coalition, een groep zwarte muzikanten die vond dat rock net zo goed van hen was. Cult of Personality (1988) mengt hardrock met funk. Dat was geen nieuwe combinatie, maar een terugkeer naar de wortels: rock-'n-roll kwam uit zwarte muziek, van Chuck Berry tot Little Richard. Daarover lees je meer in Mixtape 1 en Mixtape 6.
Side D · 1991-2010
Grunge, britpop, nu metal en de laatste grote rockhits.
Track 01 · 1991-1994 · Seattle, Los Angeles, Chicago
In 1991 verscheen een opvallend aantal rockalbums dat het decennium zou bepalen. Guns N' Roses uit Los Angeles bracht op dezelfde dag twee albums uit, Use Your Illusion I en II. You Could Be Mine werd gebruikt als soundtrack van de film Terminator 2. Metallica maakte met producer Bob Rock het album dat bekendstaat als het 'Black Album'. Bob Rock maakte de band radiovriendelijk: Enter Sandman is korter, trager en strakker dan het werk uit de jaren tachtig, en werd een wereldhit. De Red Hot Chili Peppers uit Los Angeles brachten met producer Rick Rubin Blood Sugar Sex Magik uit. Op Give It Away slapt bassist Flea op zijn snaren en rapt Anthony Kiedis meer dan hij zingt: funkrock.
Het grootste nieuws kwam uit Seattle. Daar was een scène ontstaan rond het kleine label Sub Pop, met bands die punk en heavy metal mengden tot een rauw, zwaar geluid. Het kreeg de naam grunge. Nirvana, met zanger en gitarist Kurt Cobain, stapte over naar een grote platenmaatschappij en nam met producer Butch Vig het album Nevermind op. In januari 1992 verdrong het Dangerous van Michael Jackson van de eerste plaats in de Amerikaanse albumlijst. Plotseling was alternatieve rock de muziek van de hitparade.
Smells Like Teen Spirit is opvallend eenvoudig. Het hele nummer draait op vier powerchords: akkoorden van alleen grondtoon en kwint, zonder terts, waardoor ze majeur noch mineur zijn en goed klinken met veel vervorming. De vorm is stil-luid: zachte coupletten, luide refreinen. Die dynamiek had Cobain afgekeken van de Pixies, een alternatieve band uit Boston die hij bewonderde. De clip, in een gymzaal met cheerleaders met anarchie-tekens, draaide eindeloos op MTV. Cobain kon slecht omgaan met de roem en stierf in april 1994.
Pearl Jam, ook uit Seattle, verkocht met het debuutalbum Ten (1991) nog meer dan Nirvana. Alive laat horen dat de band dichter bij de klassieke rock van de jaren zeventig stond, met een lange gitaarsolo aan het eind. Soundgarden, met zanger Chris Cornell, stond met Jesus Christ Pose (1991) op het album Badmotorfinger. De gitaren zijn gestemd in drop-D: de lage E-snaar een hele toon omlaag, wat een zwaarder geluid geeft en powerchords met één vinger mogelijk maakt.
Na grunge kwam de punk terug, maar dan met popmelodieën. Green Day uit Californië brak door met het album Dookie (1994). Basket Case volgt in het couplet een akkoordenreeks die ook onder de Canon van Pachelbel ligt: I-V-vi-iii-IV. The Smashing Pumpkins van Billy Corgan uit Chicago lieten in Today (1993), van Siamese Dream, zien hoe ver muziek en tekst uit elkaar kunnen liggen: een vrolijk klinkend gitaarmotief onder een tekst over zelfmoord.
Track 02 · 1994-2003 · Manchester, Oxford, Los Angeles
Engeland reageerde op grunge met britpop: gitaarmuziek die teruggreep op de Britse popmuziek van de jaren zestig, van de Beatles tot de Kinks. In augustus 1995 brachten Oasis uit Manchester en Blur uit Londen op dezelfde dag een single uit. De Britse kranten maakten er de 'Battle of Britpop' van; Blur won de strijd om de eerste plaats. Oasis won daarna op albumverkoop. Don't Look Back in Anger (1995), gezongen door gitarist Noel Gallagher in plaats van zijn broer Liam, gebruikt net als Basket Case de akkoordenreeks van Pachelbels Canon. Het pianointro citeert Imagine van John Lennon.
Ook in Amerika keek een band terug. Weezer maakte met Buddy Holly (1994) een liefdesverklaring aan de jaren vijftig, maar met zwaar vervormde gitaren: powerpop. De clip, geregisseerd door Spike Jonze, plaatst de band in de televisieserie Happy Days.
Radiohead uit de omgeving van Oxford ging de andere kant op. Paranoid Android, van het album OK Computer (1997), is een suite van ruim zes minuten in vier delen, met maatwisselingen en een stuk in zevenachtste. Je kunt het zien als een Bohemian Rhapsody voor de jaren negentig: geen refrein, wel een reeks contrasterende delen. Het album gaat over vervreemding in een wereld van computers en snelwegen. Met Kid A (2000) liet de band daarna de gitaren grotendeels los voor elektronica. Muse uit het Engelse kustplaatsje Teignmouth trok de lijn van progressieve rock en klassieke muziek verder. Op Muscle Museum, van het debuut Showbiz (1999), speelt Matt Bellamy gitaarpartijen die klassiek-romantisch klinken; de componist Rachmaninov is een van zijn grote invloeden.
Rond 2000 werd nu metal populair: metal gecombineerd met hiphop en elektronica. Linkin Park uit Los Angeles had twee zangers: Chester Bennington zong en schreeuwde, Mike Shinoda rapte. Numb (2003), van het album Meteora, combineert zware gitaren met een elektronische beat en synthesizers. Dat rock zich hier mengde met hiphop, was een teken van wat er ging komen.
Coldplay uit Londen maakte poprock die zachter was dan alles op deze mixtape tot nu toe. The Scientist (2002), van het album A Rush of Blood to the Head, is een pianoballad in F. De gitaar komt pas aan het eind binnen. In de clip loopt alles achteruit. Coldplay zou uitgroeien tot een van de grootste stadionbands van de eenentwintigste eeuw, maar met een geluid dat steeds meer op pop leek.
Track 03 · 2004-2009 · Las Vegas, Nashville, Londen
In de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw scoorden rockbands nog wereldhits. The Killers uit Las Vegas brachten in 2004 het album Hot Fuss uit, met daarop Mr. Brightside. Couplet en refrein hebben bijna dezelfde melodie, en het tempo ligt hoog. Het nummer heeft sindsdien vrijwel onafgebroken in de Britse hitlijst gestaan, al twintig jaar lang: elke nieuwe generatie zingt het op feesten mee.
Kings of Leon bestond uit drie broers en een neef uit de familie Followill, opgegroeid in Tennessee. Ze begonnen met southern rock, de lijn van Lynyrd Skynyrd. Sex on Fire (2008), van Only by the Night, is een van de laatste rocksingles die in meerdere landen nummer 1 werden. Mumford & Sons uit Londen bracht een jaar later Little Lion Man uit, van het album Sigh No More (2009). Er klinken een banjo en een akoestische gitaar, maar de kickdrum en de opbouw komen uit de stadionrock: folkrock op het formaat van een arena. Het is een gepaste afsluiter, want het verhaal van dit hoofdstuk begon ook met folk- en rootsrock.
Track 04 · 2010-nu
Na 2010 verdwijnt de klassieke rockbezetting van gitaar, bas en drums steeds meer van de radio. Daar zijn verschillende redenen voor. MTV werd een zender voor lifestyle en realityprogramma's; de videoclip verhuisde naar YouTube, dat in 2005 begon. Door downloads en later streaming, met Spotify vanaf 2008, werd het album minder belangrijk. Niet de AOR van side A, maar playlists bepalen sindsdien wat er gehoord wordt, en die zijn opgebouwd uit losse nummers. Precies het format waar rock zich in de jaren zestig van had losgemaakt.
Er speelt ook iets anders. Rock was in de loop der jaren vooral wit en mannelijk geworden, en sprak de taal van de straat niet meer. Hiphop deed dat wel, en nam de koppositie over. Volgens meetbureau Nielsen werd hiphop en R&B in 2017 in de Verenigde Staten voor het eerst meer beluisterd dan rock. Rock werd een nichegenre, met een trouw publiek op festivals en in clubs, maar zelden nog bovenaan de hitlijsten.
Heeft rock zich dan niet genoeg aangepast, of is het juist trouw gebleven aan zichzelf? Beide antwoorden zijn te verdedigen. De bands op deze mixtape die meebewogen met disco, met synthesizers of met hiphop, scoorden hun grootste hits. Tegelijk was rock op zijn sterkst wanneer het zich afzette tegen wat populair was, zoals punk in 1976 en grunge in 1991. Het is ook de vraag of rock dood is, of alleen geen pop meer. Er wordt nog volop rock gemaakt. De Italiaanse band Måneskin won in 2021 het Eurovisie Songfestival, Olivia Rodrigo had in datzelfde jaar hits met pop-punk, en hardcoreband Turnstile vult zalen. Wie populariteit meet in hitlijsten en streams, ziet een genre dat is gekrompen. Wie kijkt naar scènes, festivals en de invloed op andere muziek, ziet een genre dat nog leeft. Daarmee komen we terug bij de vraag uit het begin: wat maakt iets rock? Als het antwoord het geluid of de bezetting is, dan is er minder rock dan vroeger. Als het de houding is, dan zit rock op meer plekken dan je denkt.
Alle nummers uit dit hoofdstuk, in de volgorde van de tekst. Scan de code met je telefoon.
open.spotify.com/playlist/6r5aqSc4nF9RPQDUtqNJvk
Mixtape 4: Toen rock nog pop was (1965-2010)
De les bij dit hoofdstuk, met beeld en fragmenten.