Eerst het lied, dan de scène
Bij Martin Scorsese begint een scène vaak met een plaat. In Goodfellas, uit 1990, is geen score. Scorsese koos liedjes die van opzij iets zeggen over de scène of de personages, en gebruikte voor elke scène alleen muziek uit hetzelfde jaar of uit de jaren daarvoor.
Veel scènes zonder gesproken tekst werden gedraaid op een playback. Voor de scène waarin de lijken in een auto, een afvalcontainer en een vleeswagen worden gevonden, liet hij op de set Layla van Derek and the Dominos afspelen. Een deel van de muziek stond al in het script, de rest vond hij tijdens het monteren. De liedjes zijn bij hem een stuk van de regie, net als de camera.

Layla van Derek and the Dominos. Scorsese liet het op de set draaien tijdens de scène in Goodfellas waarin de lijken worden gevonden.
Foto: David Shankbone · CC BY-SA 3.0De radio van K-Billy
Quentin Tarantino maakte er in 1992 een eigen vorm van. Reservoir Dogs, zijn eerste film, speelt zich af in een weekend, en dus zette hij er een radiozender in: K-Billy's Super Sounds of the Seventies Weekend, een programma met seventies-hits. Als dj koos hij de komiek Steven Wright, die grappen vertelt zonder een spier te vertrekken. Alleen de groep Bedlam nam nieuwe liedjes op voor de film. De rest was bestaande muziek, en Tarantino wilde dat de film aanvoelde als de jaren vijftig, terwijl de muziek uit de jaren zeventig kwam.
De film bracht in de Verenigde Staten 2,9 miljoen dollar op en werd pas bekend na het succes van zijn volgende film. Maar het soundtrackalbum was begonnen met de vorm die Tarantino bleef gebruiken: liedjes met stukjes dialoog ertussen. Over wat er gebeurt in de beroemdste scène staat meer in de songtekstanalyse verderop.
Foto: Gage Skidmore · CC BY-SA 3.0Pulp Fiction, in 1994, ging een stap verder. Er werd geen score geschreven. Tarantino koos surfmuziek, rock-'n-roll, soul en pop. Hij zei dat surfmuziek voor hem klonk als rock-'n-roll van Ennio Morricone, als muziek voor een spaghettiwestern. Een aantal liedjes kwam via anderen. Boyd Rice stelde ze voor via een gemeenschappelijke vriendin, Allison Anders, onder andere Misirlou. Vrienden Chuck Kelley en Laura Lovelace staan als muziekadviseurs in de aftiteling.
De film opent met Misirlou in de versie van Dick Dale, over de openingstitels. Het lied is ouder dan het lijkt. Het is een volkslied uit de oostelijke Middellandse Zee, met als vroegste bekende opname een Griekse uit 1927. In 1946 had pianist en xylofonist Jan August er een hit mee. Dale maakte er in 1962 een surfrockversie van, beïnvloed door een Arabische versie met een oed. Dankzij Pulp Fiction kreeg hij in de jaren negentig een nieuw publiek, met vier nieuwe albums en wereldtournees.

Misirlou van Dick Dale. Zo opent Pulp Fiction: een surfrockversie uit 1962 over de openingstitels.
Foto: Mike Burns from Somerville, MA, USA · CC BY-SA 2.0
Son of a Preacher Man van Dusty Springfield, een van de soulplaten in Pulp Fiction naast de surfmuziek.
Het album haalde de 21e plaats in de Billboard 200 en verkocht in april 1996 twee miljoen exemplaren in de Verenigde Staten. Urge Overkill haalde met hun cover van Girl, You'll Be a Woman Soon van Neil Diamond plaats 59 in de Hot 100.
De hartslag van Trainspotting
De Britse regisseur Danny Boyle deed hetzelfde met een Schotse film. Trainspotting, in 1996, gebruikt bijna alleen bestaande muziek, in drie groepen: seventiespop van onder andere Iggy Pop en Lou Reed, Britpop van onder andere Blur en Pulp, en elektronische muziek. Boyle zei dat liedjes handig zijn omdat ze bagage meebrengen, en soms pijnlijke herinneringen, die door het beeld heen klinken.
Born Slippy .NUXX van Underworld was in mei 1995 de B-kant van een ander nummer. Boyle noemde het de hartslag van de film. De groep wilde de toestemming eerst niet geven, omdat ze zich ergerde aan hoe clubmuziek vaak in negatieve beelden werd gebruikt. Boyle liet hen een scène zien en kreeg het lied toch. Toen Born Slippy .NUXX in juli 1996 opnieuw uitkwam, haalde het de tweede plaats in de Britse lijst.

Born Slippy .NUXX van Underworld, het lied dat Boyle de hartslag van Trainspotting noemde.
Foto: Montclair Film · CC BY 2.0Ook Lust for Life van Iggy Pop kreeg een tweede leven. Bij verschijnen in 1977 was het alleen in Nederland en België een hit. Door de openingsscène van de film werd het in 1996 opnieuw bekend, en kwam het in november weer uit: nummer 26 in Groot-Brittannië. Miramax verkocht de film in de Verenigde Staten als een Britse Pulp Fiction, met ansichtkaarten, boeken, soundtrackalbums en een nieuwe clip van Lust for Life, door Boyle zelf geregisseerd.
Een mixtape en een tijdreis
James Gunn koos zijn liedjes voor Guardians of the Galaxy, uit 2014, met de hitlijsten van de jaren zeventig voor zich. Hij downloadde een paar honderd nummers, de bekende maar niet altijd te benoemen, en zette ze in een afspeellijst. Soms schreef hij een scène rond een liedje, soms zocht hij bij een scène het lied erbij. De afspeellijst werd Peter Quills mixtape: een cassettebandje in een Walkman, het laatste cadeau van zijn moeder. Het houdt Quill verbonden met de aarde, zijn thuis en de moeder die hij kwijt is.
Foto: James Gunn · CC BY-SA 3.0De muziek van Tyler Bates, de eigenlijke score, kwam apart uit. Awesome Mix Vol. 1 bevat alleen liedjes die al eerder waren uitgebracht, verscheen op 29 juli 2014 en haalde in augustus nummer één in de Billboard 200. Dat was nog nooit eerder gebeurd met een soundtrackalbum dat helemaal uit bestaande opnames bestond. Gunn had Bates laten beginnen met een deel van de score, zodat hij kon filmen op de muziek.

Hooked on a Feeling van Blue Swede, een van de liedjes op Peter Quills mixtape.
Foto: Anna Gerdén · CC BY-SA 3.0Cameron Crowe was zelf tiener toen hij voor Rolling Stone begon te schrijven. Almost Famous, uit 2000, is gebaseerd op die tijd. Voor de muziek moest hij een bijzondere stap zetten. Hij nam een kopie van de film mee naar Londen en liet die zien aan Jimmy Page en Robert Plant. Led Zeppelin gaf hem daarop de rechten voor één lied op het album en voor vier andere liedjes in de film zelf. Het was de eerste keer dat de band dat deed sinds Kashmir in Fast Times at Ridgemont High, in 1982. Alleen Stairway to Heaven kreeg hij niet.

Tiny Dancer van Elton John. Het lied kwam in 1971 uit en werd volgens het artikel over het nummer populairder door de film.
Foto: Philip Romano · CC BY-SA 4.0De film zelf deed het slecht in de bioscoop, 47,4 miljoen dollar tegenover een budget van 60 miljoen. De soundtrack won in 2001 een Grammy voor Beste Compilatiealbum. De liedjes bleven langer bestaan dan de film.

