SoR Magazine #6 · Needle Drops · verhaal 1 van 5
De jukebox gaat de film in
Van Bill Haley in een schoolfilm uit 1955 tot de Ronettes in Little Italy: hoe bestaande popliedjes het gewone geluid van de film werden.
Foto: The Eyes Of New York · CC BY-SA 2.0Een lied dat te hard stond
Voor 1955 had een Hollywoodfilm een orkest. Er was een componist, er waren violen, en soms klonk er een liedje dat speciaal voor de film was geschreven. Dat veranderde met Blackboard Jungle, een film over een leraar op een Amerikaanse stadsschool. Regisseur Richard Brooks zocht muziek die bij de leerlingen paste en leende platen van Peter, de zoon van hoofdrolspeler Glenn Ford. Daar zat Rock Around the Clock van Bill Haley & His Comets tussen. Toen hij het hoorde, wist hij dat hij zijn openingslied had.
Het was het eerste rocknummer in een grote Hollywoodfilm. Het klinkt over de openingstitels, met een lange drumintro die niet op de single staat. Het lied bestond al: Max Freedman en James Myers schreven het in 1952 en Haley nam het in april 1954 op voor Decca, als B-kant. Door de film werd het een nummer één dat twee maanden bovenaan bleef.
Foto: Anefo · CC0De bioscoopbezoekers reageerden er hard op. Jongeren juichten en dansten, in sommige zalen braken rellen uit en moest de politie komen. In september 1955 kreeg de film in Groot-Brittannië een X-rating en veel knipwerk. Toen hij in 1956 draaide in een bioscoop in Elephant and Castle in Londen, scheurde het publiek de stoelen kapot en danste in de gangpaden. Een lied uit een film was een gebeurtenis geworden.
Een duo dat de montage redde
Twaalf jaar later deed regisseur Mike Nichols iets wat nog steeds ongewoon was. Voor The Graduate, een komedie over een jongen die net van de universiteit komt, wilde hij Simon & Garfunkel gebruiken. Bij het monteren had hij hun liedjes, onder andere The Sound of Silence, als hulpmiddel onder de beelden gelegd om het tempo te voelen. Nieuwe muziek eronder bleek niet te werken. De liedjes bleven.
Nichols vroeg Clive Davis, de baas van Columbia Records, om toestemming. Davis zag er een soundtrackalbum in dat veel zou verkopen. Paul Simon vond films eigenlijk een soort uitverkoop, maar kreeg 25.000 dollar om drie nieuwe liedjes voor de film in te leveren. Hij kwam met twee, Punky's Dilemma en Overs, en Nichols vond er weinig aan. Toen speelden Simon en Garfunkel een liedje waar Simon al een tijd aan werkte, zonder couplet, met drie lettergrepen als tijdelijke naam. Het ging eerst over Mrs. Roosevelt. Nichols hoorde het en vond dat het nu over Mrs. Robinson ging, de verleidster uit zijn film.
Foto: Alan Light · CC BY 2.0
The Sound of Silence stond in 1965 al in de hitlijsten en klinkt drie keer in de film. Nichols gebruikte het eerst alleen om de montage te sturen.

Mrs. Robinson, hier de volledige versie van Bookends. In de film klinken alleen stukjes, de rest schreef Simon daarna.
In de film klinken alleen fragmenten van het lied. De volledige versie verscheen in april 1968 en haalde nummer één in de Verenigde Staten. In 1969 won het als eerste rocknummer ooit de Grammy voor Record of the Year. Het soundtrackalbum, met daarop de instrumentale stukken van Dave Grusin, kwam al in januari 1968 uit.
Foto: hoesontwerp (zie bron) · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingHonderden uren motorbeelden
Easy Rider, uit 1969, kostte tussen de 360.000 en 400.000 dollar om te maken. Dennis Hopper regisseerde, Peter Fonda produceerde en speelde mee, en de film leverde wereldwijd zo'n 60 miljoen op. Een groot deel van het succes lag in de muziek, en die kwam er per ongeluk in. Editor Donn Cambern moest tot tachtig uur materiaal van twee motorrijders op de weg doorwerken. Om het kijkbaar te houden legde hij muziek uit zijn eigen platenkast onder de beelden, als voorlopige klank.
Het was de bedoeling dat Crosby, Stills, Nash & Young de eigenlijke muziek zouden schrijven. Dat kwam er niet van. Cambern had de beelden zo dicht op zijn voorlopige muziek gemonteerd dat niemand zich nog iets anders kon voorstellen, en de band vond na een vertoning dat ze het niet beter konden. De rechten voor de gekozen platen kostten ongeveer een miljoen dollar, drie keer het budget van de film. De rit uit Los Angeles is gemonteerd op de volle lengte van Born to Be Wild van Steppenwolf.
Foto: No machine-readable author provided. Toglenn assumed (based on copyright claims). · CC BY-SA 3.0Niet alles lukte. Bob Dylan wilde zijn eigen opname van It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding) niet geven, dus Roger McGuinn van The Byrds zong het. Voor Ballad of Easy Rider schreef Dylan alleen het eerste couplet en liet de rest aan McGuinn over. En The Weight van The Band klinkt wel in de film, maar de maatschappij was voor het album geen toestemming te krijgen. Het label ABC-Dunhill liet de groep Smith een versie opnemen, en die staat op de plaat. Het album haalde de zesde plaats in de Billboard 200.
Foto: hoesontwerp (zie bron) · afbeelding van Apple Music, getoond als citaat bij de besprekingGeen score, eenenveertig liedjes
George Lucas schreef American Graffiti, over één zomernacht in 1962, met zijn platenverzameling naast zich. Bij elke scène dacht hij aan een liedje. Het waren er ongeveer vijfenzeventig, en de kosten van de rechten waren een van de redenen dat United Artists het script afwees. Universal ging akkoord, op voorwaarde dat de film weinig kostte: ongeveer 777.000 dollar. Het bedrijf stelde een vast bedrag voor aan alle uitgevers. De meesten vonden dat goed. RCA, de maatschappij van Elvis Presley, niet. Daarom hoor je geen Elvis in de film.
Het opruimen van de rechten kostte ongeveer 90.000 dollar, en daarna was er geen geld meer voor een filmmuziekcomponist. Lucas maakte er zijn stijl van. Hij zei later dat hij de afwezigheid van muziek en geluidseffecten gebruikte om spanning te maken. De liedjes zijn muziek die de personages zelf horen, vooral via de radio. Het soundtrackalbum, 41 Original Hits, haalde de tiende plaats in de Billboard 200 en werd drievoudig platina. Omdat de namen van de componisten in de aftiteling ontbraken, klaagden meerdere songwriters de platenmaatschappij aan. Die schikte.
Foto: angela n. from Washington, DC · CC BY 2.0Datzelfde jaar gebruikte Martin Scorsese in Mean Streets, zijn film over jonge mannen in Little Italy, voor het grootste deel oude popplaten. In de openingsscène klinkt Be My Baby van The Ronettes. Een criticus noemde het later misschien wel het beste gebruik van een popliedje in Hollywood. Het lied was tien jaar oud en moest daar niets bewijzen, het gaf de film meteen een toon.
Foto: The Eyes Of New York · CC BY-SA 2.0Dat was de nieuwe methode. Het ging niet om een orkest dat de beelden volgde, of om één titelsong die de film moest verkopen. De film leende hits die het publiek al in huis had, en liet ze iets zeggen over de personages. In 1973 was dat nog een gok. Binnen tien jaar werd het een bedrijfstak.
Foto: David Shankbone · CC BY-SA 3.0





