Experimentele muziek
Uit HitStory, de popencyclopedie van School of Rock · Genre
Experimentele muziek is geen stijl maar een houding: de uitkomst staat vooraf niet vast. John Cage zette de stap in 1952 met 4'33", een stuk waarin de pianist niets speelt en het publiek de omgeving hoort. Pierre Schaeffer en Karlheinz Stockhausen bouwden in diezelfde jaren muziek uit bandopnames en elektronische klanken.
In de popmuziek duikt het experiment op bij Frank Zappa, bij Can en bij Brian Eno, die de studio als instrument inzette. Radiohead liet met Kid A (2000) zien dat een band met miljoenen luisteraars de gitaren kan laten rusten voor elektronica en ritmische puzzels, en Björk vond zangbehandeling en beat steeds opnieuw uit.
De term wordt vooral gebruikt voor muziek die vorm, instrumentatie of werkwijze opnieuw bepaalt in plaats van een bestaand genre uit te bouwen.
