2 talen
Prince Nico Mbarga
Uit HitStory, de popencyclopedie van School of Rock · Artiest
Prince Nico Mbarga (1950 tot 1997) was een Kameroens-Nigeriaanse highlifemuzikant, geboren in Abakaliki in Nigeria, als zoon van een Nigeriaanse moeder en een Kameroense vader. Hij groeide op in Ikom en hoorde als jongen zijn eerste highlife op een tweedehands radio: Taxi Driver van Bobby Benson. Zijn vader kwam uit een familie van xylofoonspelers en leerde hem het instrument. Mbarga bouwde zelf een xylofoon van gedroogde schillen van kookbananen en schors, omdat hij een klank wilde die meer op westerse instrumenten leek.
Muziek en doorbraak
Tijdens de Nigeriaanse burgeroorlog vluchtte hij in 1967 naar Mamfe in Kameroen. Daar werkte hij als bandjongen voor een Congolese groep en leerde hij de Congolese rumba kennen. Hij werd een autodidact op conga, bas en elektrische gitaar in Congolese vingerstijl. Terug in Nigeria had hij met zijn band Rocafil Jazz eerst een regionale hit met I No Go Marry My Papa. Daarna kwam in 1976 Sweet Mother, gezongen in Pidgin, dat een van de bestverkochte platen uit de Nigeriaanse muziekgeschiedenis werd. Met Rogers All Stars nam de band tussen 1975 en 1981 negen albums op.
Invloed
Mbarga maakte een eigen mengeling van Nigeriaanse en Congolese gitaarstijlen, met zachte zang en lichte akoestische melodieën. In 1982 trad hij in Engeland op, bekend om zijn glamrockachtige kleding. Sweet Mother wordt soms het volkslied van Afrika genoemd. Hij kwam in 1997 om het leven bij een motorongeluk in Calabar.
Luisteren
Discografie
Studioalbums
- ?Bele
